Home

Dioramics roept vragen op. Sommige vragen om verduidelijking; andere raken aan mogelijke zwaktes van de benadering. Hieronder probeer ik beide serieus te nemen. Ook Dioramics moet bevraagd kunnen worden.

Ontwijkt Dioramics de vraag wat er werkelijk bestaat en hoe het is ontstaan?

Die indruk kan ontstaan. Dioramics richt de aandacht op de manier waarop een wereld wordt ervaren, beschreven en onderzocht. Maar daarmee verdwijnen de vragen naar het bestaan zelf niet. Wat bestaat er onafhankelijk van ons? Waarom is er iets? Hoe zijn het heelal, het leven en bewustzijn ontstaan?

Deze vragen verdienen onderzoek. Daarbij moeten we onderscheid maken tussen vragen die met waarneming en wetenschappelijke theorieën kunnen worden onderzocht, en vragen die verder reiken dan wat daarmee voorlopig kan worden vastgesteld. Kosmologie onderzoekt bijvoorbeeld de geschiedenis en structuur van het heelal. De vraag waarom er überhaupt een heelal bestaat, heeft een ander karakter. De grens tussen zulke vragen ligt overigens niet voor altijd vast.

Dioramics biedt zelf geen uitgewerkte ontologie of kosmologie. Het verklaart niet waaruit de werkelijkheid uiteindelijk bestaat of waardoor het bestaan tot stand is gekomen. Dat is een beperking van de benadering, geen reden om zulke vragen zinloos te noemen.

Wel kan Dioramics bijdragen aan het onderzoek van de antwoorden die worden voorgesteld. Wat bedoelen we bijvoorbeeld met ‘materie’, ‘bewustzijn’, ‘ontstaan’ of ‘niets’? Welke waarnemingen ondersteunen een verklaring? Waar gaat een wetenschappelijke theorie over in een metafysische interpretatie? En welke moeilijkheden ontstaan wanneer vertrouwde begrippen worden toegepast op het bestaan als geheel?

Daarbij moet het onderscheid tussen een beschrijving en datgene wat beschreven wordt behouden blijven. Dat een kosmologische theorie binnen een historisch gegroeide onderzoekspraktijk wordt ontwikkeld, betekent niet dat het heelal door die praktijk wordt voortgebracht. Theorieën kunnen bovendien beter of slechter aansluiten bij wat we waarnemen.

De aandacht voor diorama’s kan het ontologische en kosmologische onderzoek dus begeleiden, maar niet vervangen. Als iedere vraag naar wat er bestaat alleen wordt beantwoord met een beschrijving van ons kijken, blijft de oorspronkelijke vraag liggen.

Ook Dioramics moet haar eigen aannames hierover onderzoeken. Zodra het bijvoorbeeld stelt dat werkelijkheid uitsluitend uit ervaring, relaties of verschijningen bestaat, doet het zelf een ontologische uitspraak. Die vraagt om argumenten en kan niet alleen met de diorama-metafoor worden gerechtvaardigd.

Is Dioramics niet gewoon relativisme?

Als de wereld zich op verschillende manieren aan ons voordoet, lijkt de conclusie misschien dat iedere opvatting even geldig is. Toch volgt het tweede niet uit het eerste.

Een bewering kan feitelijk onjuist zijn. Een verklaring kan slecht onderbouwd zijn. Een overtuiging kan mensen beschadigen. Aandacht voor de wereld waarin zo’n bewering betekenis krijgt, neemt die verschillen niet weg.

Dioramics vraagt wel om te onderzoeken waarop een oordeel berust. Wat geldt hier als bewijs? Welke ervaringen tellen mee? Welke vragen worden gesteld en welke blijven buiten beeld? Ook onze maatstaven verdienen onderzoek, zonder dat we ze daarom meteen hoeven op te geven.

Dat levert geen garantie op een definitief oordeel op. Het kan ons wel helpen zorgvuldiger te oordelen.

Bestaat er dan geen werkelijkheid buiten onze diorama’s?

Dat iets onafhankelijk van ons bestaat en dat wij het onafhankelijk van iedere betrokkenheid kunnen kennen, zijn verschillende zaken.

Een merel is niet afhankelijk van mijn belangstelling om te leven. Toch verschijnt die merel voor mij altijd in een bepaalde situatie: als zang in de ochtend, als vogel die de moestuin overhoophaalt, als onderwerp van biologisch onderzoek of als herinnering aan iemand.

Dioramics hoeft het bestaan van een onafhankelijke werkelijkheid niet te ontkennen. Het onderzoekt hoe die werkelijkheid toegankelijk wordt en hoe onze beschrijvingen gestalte krijgen.

De diorama-metafoor heeft hier ook een beperking. Zij kan suggereren dat we opgesloten zitten in een kijkdoos, met de werkelijkheid ergens daarbuiten. Maar we maken zelf deel uit van wat we onderzoeken. We worden geraakt, onderbroken en verrast. Wat er gebeurt, voegt zich lang niet altijd naar onze verwachtingen.

Zijn sommige diorama’s beter dan andere?

Ja, maar dat vraagt om verduidelijking: beter waarvoor, in welke situatie en volgens welke maatstaven?

Bij de behandeling van een infectie zijn medische kennis en betrouwbaar onderzoek van groot belang. Om te begrijpen waarom iemand bang is voor die behandeling, kan daarnaast een gesprek nodig zijn. De ene benadering vervangt de andere niet vanzelfsprekend.

Soms spreken benaderingen elkaar rechtstreeks tegen. Dan is het onvoldoende om te zeggen dat het nu eenmaal verschillende diorama’s zijn. We moeten ook kijken naar bewijs, samenhang, toepasbaarheid en gevolgen.

Dioramics vraagt aandacht voor de mogelijkheden én beperkingen van een benadering. Een manier van kijken kan veel zichtbaar maken en tegelijk tekortschieten zodra zij overal het laatste woord opeist.

Is dit niet gewoon perspectivisme in een nieuw jasje?

De verwantschap is duidelijk. Dioramics deelt met perspectivistische benaderingen de aandacht voor het feit dat kennen en ervaren altijd ergens plaatsvinden, vanuit een bepaalde betrokkenheid.

Het woord ‘perspectief’ doet echter gemakkelijk denken aan iemand die vanuit een standpunt naar hetzelfde object kijkt. Met een diorama bedoel ik een ruimere ervaringswereld. Ook stemming, lichamelijke toestand, taal, herinnering, gewoonten en de aanwezigheid van anderen bepalen mede wat opvalt en wat iets betekent.

Een gesprek kan tijdens een conflict een andere wereld worden dan tijdens een ontspannen ontmoeting. Niet alleen mijn mening verandert: dezelfde woorden klinken anders, andere details springen eruit en andere reacties lijken mogelijk.

Die nadruk geeft Dioramics een eigen accent. Of dat accent een nieuwe naam rechtvaardigt, mag ter discussie staan. De naam moet haar bruikbaarheid verdienen in wat zij helpt opmerken.

Als alles een diorama is, is Dioramics dat zelf dan ook?

Ja. Dioramics wordt eveneens geformuleerd vanuit een bepaalde geschiedenis, met bepaalde woorden, interesses en voorkeuren. Het heeft geen positie buiten alle andere benaderingen.

Daarom vraagt ook de uitspraak ‘alles is een diorama’ om voorzichtigheid. Zij kan een algemene formule worden waarmee iedere situatie bij voorbaat is afgehandeld. Dan lijkt er veel verklaard, terwijl we misschien nauwelijks meer kijken.

Het begrip is bruikbaar zolang het onderzoek opent. Wat krijgt hier betekenis? Welke vanzelfsprekendheden spelen mee? Wat verandert wanneer onze betrokkenheid verandert?

Wanneer het begrip zulke vragen overbodig maakt, begint het zichzelf in de weg te zitten.

Doe je met deze benadering recht aan non-duale ervaring?

Ervaringen waarin geen duidelijk centrum, eigenaar of afgescheiden zelf wordt beleefd, verdienen serieuze aandacht. Ze hoeven niet eerst tot een vergissing of een psychologisch mechanisme te worden teruggebracht.

Tegelijk is er verschil tussen zo’n ervaring en de uitspraken die erover worden gedaan. ‘Er wordt geen afzonderlijk zelf ervaren’ is een andere uitspraak dan ‘er bestaat nergens een zelf’. De tweede heeft een veel groter bereik en vraagt om een eigen onderbouwing.

Radicale non-dualiteit kan bovendien zowel een geleefde ervaring als een levensbeschouwing zijn. Woorden als ‘niemand’, ‘niets’ en ‘alles’ kunnen iets van een ervaring uitdrukken, maar ook deel gaan uitmaken van een vaste uitleg van de werkelijkheid.

Dioramics onderzoekt die verschillende rollen. Dat onderzoek moet ook openstaan voor de mogelijkheid dat de diorama-metafoor bepaalde aspecten van non-duale ervaring onvoldoende recht doet.

Wat heb je hier in het dagelijks leven aan?

Een opmerking klinkt als een verwijt. Je voelt spanning en begint je te verdedigen. Op dat moment lijkt het misschien vanzelfsprekend wat de ander bedoelt.

Later merk je dat je moe was, al een verwijt verwachtte of aan een eerder conflict moest denken. Daardoor kan dezelfde opmerking anders gaan klinken. Misschien was het inderdaad een verwijt. Misschien ook niet.

Dioramics nodigt uit om aandacht te krijgen voor de situatie waarin een betekenis zo overtuigend werd. Soms ontstaat daardoor ruimte om iets na te vragen, opnieuw te luisteren of anders te reageren.

Dat lukt niet altijd. In angst, woede of uitputting kan die ruimte nauwelijks bereikbaar zijn. De benadering is geen belofte dat je iedere situatie naar je hand kunt zetten. Ook achteraf begrijpen wat er gebeurde, kan al waardevol zijn.

Kun je met Dioramics ook onrecht en schadelijke overtuigingen bekritiseren?

Ja. Begrijpen hoe een overtuiging betekenis krijgt, verplicht ons niet haar te aanvaarden.

Een wereld kan voor de mensen die erin leven vertrouwd en samenhangend zijn, terwijl anderen erdoor worden uitgesloten, vernederd of beschadigd. Die samenhang maakt haar niet onschuldig. Ervaringen van betrokkenen, controleerbare feiten en de gevolgen van handelen geven redenen om kritiek te uiten.

Daarbij speelt macht een rol. Niet iedereen heeft evenveel invloed op wat als normaal, waar of redelijk geldt. Sommige mensen kunnen hun beschrijving van een situatie opleggen; anderen worden nauwelijks gehoord.

Dioramics levert op zichzelf geen volledige ethiek. Er zijn ook morele en politieke afwegingen nodig. Wel kan het helpen zichtbaar te maken welke aannames een situatie dragen, wiens ervaring meetelt en wat buiten beeld blijft.

Is Dioramics een methode, een filosofie of alleen een metafoor?

De diorama-metafoor vormt het vertrekpunt. Zij helpt aandacht te krijgen voor een wereld die als een betekenisvol geheel verschijnt.

Daaromheen ontstaat een filosofische benadering: vragen over ervaring, kennis, taal en de verhouding tussen verschillende werelden. Die benadering kan ook praktisch worden gebruikt, door een concrete situatie zorgvuldig te onderzoeken.

Wat valt op? Wat lijkt vanzelfsprekend? Welke stemming, verwachting of voorgeschiedenis speelt mee? Wat verandert als iemand anders dezelfde situatie beschrijft?

In die zin kun je spreken van een werkwijze. Een vast stappenplan zou echter gemakkelijk verhullen dat iedere situatie iets anders kan vragen. Soms helpt beschrijven, soms vergelijken, soms een gesprek, soms nauwkeurig onderzoek. De metafoor geeft richting, maar bepaalt de uitkomst niet vooraf.

Wat zou aantonen dat Dioramics tekortschiet?

Wanneer het begrip ‘diorama’ weinig toevoegt aan wat al helder beschreven kan worden, is er reden om het achterwege te laten.

Het schiet ook tekort wanneer wezenlijke verschillen vervagen. Als wetenschappelijk onderzoek, een persoonlijke herinnering en een ongefundeerde bewering allemaal zonder verdere onderscheiding ‘diorama’s’ worden genoemd, is er weinig gewonnen.

Een ander probleem ontstaat wanneer iedere tegenwerping alleen als ‘weer een diorama’ wordt behandeld. Dan kan de benadering niet meer worden gecorrigeerd. Zij beschermt zichzelf door kritiek bij voorbaat in haar eigen termen op te nemen.

De vraag blijft daarom wat Dioramics in een concrete situatie oplevert. Helpt het iets nauwkeuriger te zien? Maakt het ruimte voor wat eerder werd gemist? Kan het zelf worden bijgesteld?

Het antwoord daarop hoeft niet altijd ja te zijn.