wide open windows

/tienertijd/

Engelandlaan, Haarlem | 1969-1970
Engelandlaan Party Bruiloft Electric Center Tomado rek Semafoon Hippe underground Hitweek International Times Fritz the cat Poster met joint Che Guevara Aloha Koos Zwart

De woning op de Engelandlaan is in een flatgebouw. Het is best een luxe flat. Er zijn ook nieuwe meubels, zoals een grote groene relaxstoel met geelkoperen asbak over een van de leuningen, een staande asbak, een stereomeubel en een groot wandmeubel. Ik herinner me ook een houten speeldoos waar sigaretten in gingen op een ronde tafel met massieve poot.

Mijn kamer krijgt Tomadorekjes om mijn boeken op te bergen. Het is een beetje koud en afstandelijk allemaal.

Een hele nare herinnering is het pak slaag dat Ida daar een keer krijgt. Waarom ze het krijgt weet ik niet meer, maar ze ziet alle hoeken van de gang. Het gaat er echt vreselijk aan toe.

Papa en mama blijven gewoon in het bejaardenhuis in Heemstede werken. We hebben een semafoon die overal naar toe genomen wordt voor als er nood aan de man is. De semafoon is een groot en zwaar ding dat door middel van lampjes toont dat er wat aan de hand is en er gebeld moet worden.

Als we net in Haarlem wonen krijg ik een brief van Willy dat ze het uitmaakt, omdat ze de druk van haar ouders niet meer kan weerstaan. Ben daar dagenlang kapot van. Steun van papa en mama krijg ik niet, behalve de opmerking dat er toch genoeg meisjes zijn ("Geen hand vol, maar een land vol"). Ze beschouwen het maar als een onvolwassen tienerliefde.

De vakantie is gevuld met examenfeestjes en trips naar de bungalow. Op een feestje ergens in de duinen leer ik Lia kennen. Het klikt wel, vooral het praten. Meer dan zoenen wil ze niet en dat is ok. In Noordwijk aan Zee laten we ieder een penning maken met onze namen en de datum. Als we beiden weer naar huis zijn beginnen we een intense correspondentie, waarin we lief en leed delen.

Ergens in de buurt waar we wonen is er een gebouwtje waar ze wel een feestjes (van de 'jeugdsoos') doen. Ik ben er een keer binnen geweest. Ik ken niemand en ik durf geen meisjes te vragen om te dansen. Nooit meer terug geweest.

Vakantiewerk doe ik bij een bakker een paar kilometer verder in de buurt. Zaterdags om 4 uur beginnen. Gloeiend hete broden met de toppen van mijn vingers uit 'pannen' halen. De pannen zelf worden met iets dat op witte vaseline lijkt aan de binnenkant bespoten. Het is een 'broodverbeteraar'.

Schuin tegenover de flat is een bushalte, waarin op geregelde tijden een leuk meisje staat te wachten. Helemaal in de stijl van die tijd. Lang sluik haar met pony en een wit, ingevallen gezicht met grote ogen, minirok en laarzen.

Ik ga helemaal op in de undergroundcultuur. Mijn muzieksmaak is nu Led Zeppelin, Iron Butterfly, the Doors, Jefferson Airplane, etc. Ik probeer ook groepen als Frank Zappa, Captain Beefheart en Soft Machine goed te vinden, maar ik vind dat te jazzy en te weinig melodieus. Ik zie Easy Rider en raak geïnteresseerd in de drug-cultuur.

Op een avond in het Electric Center, het Provadja-centrum waar de underground-scene van Haarlem bij elkaar komt neem ik voor het eerst een trek van een joint, en nog één, en nog één. Ik merk niks. Tot ik opsta om thee te gaan halen. Ineens overvalt het me. 'A whole lotta love' van Led Zeppelin staat op. Ik weet niet wat me overkomt, maar alles is anders, vreemd. Opstaan lijkt wel een half uur te duren, alles is vertraagd. Ik zie iemand zitten en even later is die persoon verdwenen. Alles loopt door elkaar en ik vind het vreselijk eng. De anderen in de kring zien eruit alsof er niets aan de hand is. Heb alleen ik dit? Ik ben bang dat ik gek ben geworden en dat het nooit meer overgaat. Er wordt besloten om naar buiten te gaan. Beneden in de concertruimte speelt Group 1850 psychedelische herrie. Flarden muziek. We lopen door de stad en gaan naar het station. Daar drinken we wat, maar het lukt me niet om te betalen. Ik kan niet meer tellen, wat heel grappig is. Gelukkig neemt het effect dus toch langzamerhand af. De rest van de avond zingen we in de portieken van de winkelstraat. Iemand heeft een gitaar bij. We zingen 'Everybody must get stoned' van Dylan en 'I like marihuana'.

Ik heb trouwens mijn nieuwe laarzen aan. Laarzen zijn hip in deze cultuur, maar helaas niet die van mij. De mijne glimmen en dat moet niet. Spaanse laarzen zijn je van het, maar behoorlijk duur, net als jassen met franje, bontjassen, Afghaanse jassen, grote hoeden. Je moet trouwens je strakke corduroy-broek in je laarzen dragen, niet er overheen. De 'chicks' gebruiken veel kohl en patchoeli. Lang sluik haar. Mager. Jassen of poncho's gemaakt van tafelkleden. De mensen met kort haar, de rest van de wereld dus, vinden we 'square', 'zulthoofden', kortzichtig. In feite gedragen wij freaks, het 'langharig werkschuw tuig', zich behoorlijk elitair. Wij vinden dingen 'helemaal te gek', 'te wow man' of 'too much'. In het Center hangt een poster waarop staat: "Weet je hoe te trippen? Ben je aan het afkicken of wil je van de shit naar de O?". Andere kreten zijn: "Speed kills". "Silence, Tranquility & Peace". Ik wil er zóóó graag bij horen...

Elke 14 dagen koop ik een Hitweek, wat al gauw Aloha gaat heten. Er staat onder andere een rubriek in met de 'dokters-adviezen' (eerst van 'Marjolein', later van een ander) over drugs, sex, etc. Ik heb nog een vraag beantwoord gehad over 'mellow yellow', de gedroogde binnenkant van bananenschillen die je zou kunnen roken. Ik heb dat geprobeerd, maar dat doet niks. De dokter schrijft dat dat klopt, je krijgt er hooguit koppijn van. Aloha wordt ook het lijfblad van de Oranje Vrijstaat en de Kabouter-beweging van ex-provo's Roel van Duijn en Robert Jasper Grootveld. Ik vind dat allemaal prachtig. Mama niet. Zij gooit eens een hele stapel weg van dat "vieze blaadje". Naast Aloha koop ik ook soms het Engelse 'International Times' of 'Rolling Stone'. Behalve de film 'Easy Rider' zijn ook 'Fritz the Cat' en later 'Woodstock' belangrijk voor mij in die tijd.

Ondanks de angstgevoelens van mijn eerste ervaring met cannabis, blijf ik het toch reuze interessant vinden. Ik heb via een gast van school, die 'Borrel' genoemd wordt in een café in Beverwijk aan een stukje shit kunnen komen en rook daar 's avonds een joint van in mijn kamer. Het valt helemaal niet goed en ik loop naar buiten voor een wandeling. Ik ben zo stoned als een kruk en kan niet meer schatten hoever auto's van me vandaan zijn als ik oversteek. Het gaat maar niet over en ik besluit om maar naar huis te gaan. Ik kom volledig overstuur en huilend van angst thuis. Papa wil dat ik het blokje hasj aan hem geef en ik moet beloven om voortaan van 'die rotzooi' af te blijven. Ik weet nog dat het spul verborgen wordt in de stenen bierpul in de wandkast. Ik heb het daar later nog per ongeluk teruggevonden.

Overigens worden wekelijks de prijzen van hasj en weed op de radio bekend gemaakt door de "beursberichten" van Koos Zwart in het programma 'In de Rooie Haan' van de VARA, terwijl het enkel illegaal gekocht kan worden en je iemand moet kennen die weet waar je het kan kopen.

Ergens in de zomer van 1970 rijd ik met de brommer naar de bungalow in Noordwijkerhout. Ik maak daar een ritje met een vriend achterop. Ineens voel ik een steek in mijn rug. Kan een insect geweest zijn of de sigaret van de vriend. Door de schrik maak ik een uitschuiver op het grindpad. Brommer kapot, kleren kapot, ik zit helemaal onder het bloed. Vriend heeft niet veel. We moeten lopend terug naar de bungalow. Mama schrikt van hoe ik eruit zie. Ik moet naar de dokter in het dorp. Ik krijg een tetanus-injectie natuurlijk. Ik houd er flinke littekens van over. De wond op mijn buik raakt later ook nog ontstoken.

Ik weet niet meer wanneer, maar op een gegeven moment krijgen auto-nummerborden, waarin de lettercombinatie BX voorkomt, een bijzondere betekenis. Ik cultiveer het vreemde bijgeloof dat nadat ik zo’n plaat gezien heb, de rest van de dag gunstig zal verlopen. Stiekem let ik er zelfs nu nog op.

Ik weet niet meer hoe het komt, maar ik heb een half jaar of zo na de breuk (zomer 1970) toch weer een afspraakje met Willy. In het Electric Center in Haarlem. We besluiten om het er nog eens op te wagen. Ik moet van haar wel mijn correspondentie met Lia stoppen. Ik voel me daar volkomen onschuldig in maar stem toch toe. We zijn beide nog steeds behoorlijk verlegen, maar besluiten om elkaar heel voorzichtig te verkennen. Uit angst voor zwangerschap gaan we niet tot het uiterste. Ik herinner me wel een afspraak bij de NVSH voor het krijgen van 'de pil'. Dat ging niet door, omdat dat voorgeschreven moet worden door de huisarts (?) en dan zouden haar ouders het toch te weten komen.

Ik herinner me het bijna wanhopige zoeken naar plekjes om samen te kunnen zijn. De duinen, een fietsenstalling achter een parkeerterrein in Zandvoort, mijn oude, leegstaande huis in Heemstede. Heel spannend is een vrijpartij in het kantoor waar Willy werkt in Haarlem. Op een zaterdag. Ineens horen we dat iemand, waarschijnlijk Willy's bazin beneden de deur opendoet en de trap opkomt. Wij verstoppen ons in de wc en hopen met bonzend hart dat de bazin niet naar de wc hoeft. Het zou zeker een ontslag betekenen.