wide open windows

/tienertijd/

Gerrit Barger MULO | 1965-1969
Gerrit Barger MULO Gerrit Barger beeldje Leraars Tweede klas Agenda Meneer blok veel later Feestje Feestje De Gouden Reaal De Herberg met het hoefijzer Slim Kerrigan Tempelierstraat V&D Bollen pellen Mobylette Uitslag examen James Last Shellgebouw

En dan kom ik in de eerste klas van de MULO terecht. Voor elk vak een andere leraar. Voortaan hebben we ook een schoolagenda nodig voor het noteren van ons huiswerk. De school heeft eigen agenda's, maar die zijn wel heel erg saai. Iedereen koopt een Ryam agenda, waar veel foto's en reclame in staat. De agenda's veranderen in de loop van het jaar in complete kunstwerken.

Gymnastiek wordt nog steeds door Verkaik gegeven, helaas. Er gaan geruchten dat Verkaik zijn handen niet thuis kan houden als de meisjes gym hebben en altijd 'toevallig' binnenkomt als die zich aan het omkleden zijn... De gymles zelf vindt plaats in de Bosch en Hovenschool.

Duits krijgen we van de heer Blok, een eigenaardige man. Aan de ene kant grappig en eigenzinnig. Hij rijdt bijvoorbeeld met zijn fiets door de gangen met zijn tas op zijn kop. Maar aan de andere kant heel autoritair. Ik heb hem eens leerlingen hun hoofd onder de lopende kraan zien houden. Hij is zeer goed in het erin stampen van de vele Duitse voorzetsels voor de naamvallen (die blijven een heel jaar op de achterkant van de zijkant van het schoolbord staan), zwak verbogen zelfstandige naamwoorden en andere 'Ausnahmen'. Ik kan de meeste nu nog opzeggen. Ik heb ook Engels van Blok gehad. Ik weet nog goed hoe hij ons herinnert aan de uitspraak van het Engelse 'the'. En ik herinner me nog dat Blok bezig was met wereld-oorlog 3 n.a.v. de inval van de Russen in Tjechoslowakije.

Meneer Wille, die ik nog ken van de lagere school, geeft hier Frans met veel passie. Hij veegt steeds met een zakdoek over zijn mond en roept vaak: "Jullie kosten me een jaar van mijn leven".

Het hoofd van de school is meneer Hulsebos. Mevrouw Hulsebos geeft ook les, maar ik heb ze geen van beide voor de klas gehad.

Een van de aardigste leraars is S(iebe). de Jong, die ons wiskunde geeft en aardrijkskunde. Hij woont in Aerdenhout en kan het geaffecteerde accent van die omgeving goed nadoen. "Het meertje van Caprera". "Aapjes bij aapjes, beertjes bij beertjes en céépaardjes bij céépaardjes".

Ook de oude meneer van Dijk is een leuke leraar. Ik geloof dat ik Engels van hem gehad heb en geschiedenis (?). Mevrouw Voordewind geeft Nederlands. Ik geloof dat ze nogal een rookster was. De docentenkamer staat trouwens sowieso blauw van de rook. Ook meneer Hordijk geeft Nederlands en ook Duits.

Ik weet niet meer wie de afschuwelijke vakken boekhouden en handelsrekenen geeft (Kuurman?). Alhoewel ik voor boekhouden nog redelijke cijfers krijg. Gelukkig is er vanaf het 3e jaar een splitsing. Voor mij geen boekhouden en handelsrekenen meer. In plaats daarvan komen natuurkunde, wiskunde en scheikunde. Biologie krijg ik geloof ik ook niet meer in het vierde jaar, omdat ik het B-programma doe. Dat vind ik wel jammer want het is een leuk vak.

Mijn klassenleraar in klas 2 is meneer Kuurman die ook Frans geeft. Kuurman rookt pijp.

Een eigenaardige leraar is meneer Kop. Heel aardig, maar ook een kletsmajoor. Ik krijg wiskunde en scheikunde van hem in de 4e klas. Hij kletst zoveel dat we bijles wiskunde moeten nemen, omdat we anders niet genoeg geleerd hebben voor het examen. Van scheikunde weet ik meer dan meneer Kop en ik krijg dan ook steevast een 10 voor proefwerken. Bij het eindexamen doe ik het wat zwaardere 'middelbaar programma'.

Op een feestje in een van de eerste klassen doe ik een demonstratie 'water in wijn veranderen'.

Van de lesboekjes zijn me vooral de idioomboekjes voor de drie talen bijgebleven: 'All in One' en 'Mots, Textes et Questions' (MTQ). De titel van het Duitse idioomboekje ben ik vergeten.

De meisjes gaan er steeds appetijtelijker uitzien, met hun minirokjes, jarretelles en hotpants. Maar op de een of andere manier zijn ze onbereikbaarder dan ooit. Ze gedragen zich duidelijk superieur naar de meeste jongens, die in hun ogen ongetwijfeld 'kinderachtig' zijn. En inderdaad, ik ben in de eerste klas een tijdje bevriend met Roel Marsman en wat wij doen is duidelijk nog 'spelen', alhoewel ik me er ook ongemakkelijk bij begin te voelen. We moeten ons nu toch wat serieuzer gaan gedragen…

Er zitten ook nogal wat zonen (en dochters) van de rijkere families van Heemstede in de klas. Ze dragen een pak met stropdas of kleden zich nonchalant (maar duur) sportief en hebben veel bravoure en meer succes bij de meisjes. Daar hoor ik dus duidelijk niet bij. Ik probeer me te onderscheiden door veel te weten over (voor hen) obscure dingen en naarmate ik ouder wordt langer haar te hebben en me hipper te kleden dan de rest.

En roken natuurlijk. Ik rook me te pletter. Ik herinner me een schoolfeestje in de eerste of tweede klas waarbij ik op één avond een heel pakje oprook. Ik ben helemaal schor. Op het schoolplein mag niet gerookt worden, maar we doen het natuurlijk toch. In groepjes dicht op elkaar in een portiek bijvoorbeeld of in de wc's en in de fietsenstalling. Meneer Blok maakt er een sport van om rokers te betrappen.

G., de wat dikkere jongen van de klas, komt een keer met zwart-wit pornofoto's op het schoolplein. Brr, dat ziet er maar vies uit. Ik wist toen nog niet dat er op bepaalde plekken haar komt te groeien.

Het vaste koppel van de school zijn A. en I. Altijd onafscheidelijk. A. zit bij mij in de 4B-klas, een select groepje van 5 dat extra wis- en natuurkunde krijgt en een apart examen moet doen. Er zit ook een meisje in die groep. Ik ben er stiekem een beetje verliefd op.

We doen een spelletje waarbij het net lijkt alsof iemand met twee vingers opgetild kan worden. Laat iemand op een bankje zitten en druk op zijn hoofd. Laat hem terug drukken en na een tijdje kan je hem rustend op een paar vingers optillen. Eventjes maar natuurlijk. Het ziet er best indrukwekkend uit.

Ik herinner me een paasdienst in de kerk tegenover de school. Meneer Blok leidt de dienst.

In de tweede klas gaat het mis. Ik ben bevriend met Jacques. Hij krijgt altijd de laagste cijfers, behalve voor de taalvakken, daar is hij briljant. Met Jacques ga ik tussen de middag naar zijn huis en daar spelen we Stratego. Jacques is de jongste thuis. Hij heeft 4 oudere zussen boven zich en zijn ouders zijn nooit thuis en hij gedraagt zich een beetje als een verwende snob. Soms besluiten we om de middag maar niet naar school te gaan en lekker te spijbelen. Ik begin ook te laat te komen en ga dan vaak maar niet naar school. We hangen wat rond, bijvoorbeeld in het Broederhuis, en roken sigaretten of pijp. Ik begin ook slechte cijfers te krijgen, maar weet dat lange tijd verborgen te houden voor papa en mama door papa's handtekening na te maken en mijn slechte proefwerken daarmee te ondertekenen. Op ouderavonden moeten we alle proefwerken op ons tafeltje leggen zodat onze ouders het kunnen zien. Dat laat ik één keer gebeuren en ik krijg verschrikkelijk op mijn kop. Dezelfde avond nog. Ik lig al in mijn bed! Ik besluit daarna om de uitnodigingen voor ouderavonden zo vroeg mogelijk uit de brievenbus te halen. Ik weet niet meer hoe, maar het komt natuurlijk allemaal uit. Ik meen doordat het schoolhoofd belt waarom mijn ouders nooit op ouderavonden komen. Het ziet er naar uit dat ik een slecht paasrapport krijg en dat, als ik zo door ga, zal blijven zitten. Dat hakt erin. Ik mag niet meer met Jacques omgaan, die trouwens de school zal verlaten en zal kiezen voor een grafische beroepsopleiding. Ik begin driftig te leren en moet 's middags nablijven voor een uur huiswerkklas, geleid door de strenge meneer Blok. Die aanpak helpt wel en ik ga gelukkig toch over naar de derde klas.

Kennst du das Land, wo die Zitronen blühn,
Im dunkeln Laub die Goldorangen glühn,
Ein sanfter Wind vom blauen Himmel weht,
Die Myrte still und hoch der Lorbeer steht?
Kennst du es wohl? Dahin!
Dahin möcht' ich mit dir, O mein Geliebter, ziehn.


Kennst du das Haus? Auf Säulen ruht sein Dach,
Es glänzt der Saal, es schimmert das Gemach,
Und Marmorbilder stehn und sehn mich an:
Was hat man dir, du armes Kind, getan?
Kennst du es wohl? Dahin!
Dahin möcht' ich mit dir, O mein Beschützer, ziehn.


Kennst du den Berg und seinen Wolkensteg?
Das Maultier such im Nebel seinen Weg,
In Höhlen wohnt der Drachen alte Brut;
Es stürzt der Fels und über ihn die Flut.
Kennst du ihn wohl? Dahin! Dahin geht unser Weg!
O Vater, laß uns ziehn!

Maître Corbeau, sur un arbre perché,
Tenait en son bec un fromage.
Maître Renard, par l'odeur alléché,
Lui tint à peu près ce langage :
« Hé ! Bonjour, monsieur Du Corbeau.
Que vous êtes joli ! Que vous me semblez beau !
Se rapporte à votre plumage,
Vous êtes le phénix des hôtes de ces bois. »
A ces mots le corbeau ne se sent plus de joie ;
Et, pour montrer sa belle voix,
Il ouvre un large bec, laisse tomber sa proie.
Le renard s'en saisit et dit :
« Mon bon monsieur,
Apprenez que tout flatteur
Vit aux dépens de celui qui l'écoute :
Cette leçon vaut bien un fromage, sans doute. »
Le corbeau, honteux et confus,
Jura, mais un peu tard, qu'on ne l'y prendrait plus.

In de vierde klas krijgen we ook literatuur te lezen in de vier talen. Voor Frans is dat het boekje 'La Mission de Slim Kerrigan' door Boutinon, Ludovic, een verhaaltje over een trapper in Alaska en het gedicht 'Le Corbeau et le Renard' van La Fontaine. Voor Duits is dat 'Die Leiden des jungens Werthers' van Goethe en een gedicht van Goethe: 'Kennst du das Land'. Voor Nederlands zijn het meerdere boeken: 'De Herberg met het Hoefijzer' van A. de Doolaard. 'De Gouden Reaal' van Jan Mens en een aantal gedichten van Bredero. Het boek en gedicht voor Engels weet ik niet meer.

Aan de gedachte dat ik waarschijnlijk wel nooit verkering zal hebben komt een eind op een schoolfeestje in de vierde klas, ergens in februari. Iedereen is aan het dansen, maar ik durf niet. Tot ik een meisje zie dat ook niet danst en blijkbaar net zo verlegen is als ik. Ik trek mijn stoute schoenen aan, haal diep adem en vraag haar ten dans. Manfred Mann speelt 'Like a fox on the run'. Ze stemt toe! De rest van de avond zit ik in een roze wolk. Pas zes weken later durf ik haar op het schoolplein te vragen hoe ze heet. Ze heet Willy en woont in Zandvoort. Ik ben één maand ouder, maar zij zit een klas lager. Weer een aantal weken later durf ik haar te vragen om samen een bioscoopfilm te zien in Haarlem. En ze komt inderdaad opdagen! Van de film, 'De Kanonnen van Navarone', heb ik heel weinig gezien. We lopen arm in arm en het is officieel aan. Mijn eerste zoen is op het strand in Zandvoort, 's avonds laat in een lege strandstoel. Elke dag fiets ik een eind met haar mee naar huis. Onderweg zingen we het liedje 'A long and lonesome road' van Shocking Blue. Het fietspad loopt een hele tijd gescheiden van de autoweg. Ergens onderweg is een afgezonderd stukje grasland waar niemand komt en waar we heel vaak pauzeren om te zoenen.

Als ik naar Zandvoort met de trein ga, komt Willy me ophalen met de fiets van bij het station. Zij gaat dan achterop. Als Willy naar Haarlem komt, komt ze met de NZH bus lijn 80 en stapt uit op de Tempelierstraat, waar ik haar opwacht.

Ik ontmoet ook haar ouders, die streng gereformeerd zijn. Er wordt gebeden, uit de bijbel gelezen en op het orgel gespeeld voordat er gegeten wordt. Ze heeft een leuk zusje van 14 jaar met een beugeltje en een paar jaar oudere, wat saaie broer. Ze wonen in de Staringstraat, vlakbij het circuit. Het zijn eigenlijk Amsterdammers, maar haar vader heeft astma en daarom wonen ze hier. Ze horen mij uit en ik vertel in mijn onschuld dat ik er anarchistische ideeën op na houdt. Hij noemt zijn vrouw 'Beertje'. Beertje is een dikke vrouw met staalblauwe ogen, die duidelijk de broek aan heeft in huis...

Ik heb niets in de gaten. Maar het blijkt natuurlijk dat ze mij als schoonzoon absoluut niet zien zitten. Ook de school wordt geïnformeerd en het wordt ons door het schoolhoofd en Blok verboden om samen te zijn op het schoolplein. Maar wat we buiten school uitspoken kunnen ze ons natuurlijk niet verbieden...

We ruilen foto's van elkaar en ik heb ook een truitje van haar dat naar haar ruikt. Bij mij thuis mogen we niet samen slapen, want papa en mama willen "geen gelegenheid geven", maar we doen het toch. Het onbeslapen bed laten we eruitzien alsof het wel beslapen is. Bij haar slapen doen we een keer als haar ouders niet thuis zijn. Ik herinner me een typische meisjeskamer met foto's van de Beegees. We slapen op de grond. Ik zie haar nog de trap op lopen met dat groene mini-jurkje...

Ondertussen is er ook het examen en verhuizen we naar Haarlem. Mijn herinneringen lopen hier door elkaar en ik weet niet eens meer of ik tijdens het examen op 2 juni '69 al in Haarlem woon of niet en of mijn verkering met Willy nog aan is of niet.

Ik heb ergens in die tijd ook nog een aantal uren per week bij Vroom & Dreesman gewerkt. Ik moet in het magazijn, met nog een aantal anderen, serviesgoed inpakken. En ik heb bollen gepeld. In één bedrijf wordt dat met een lopende band gedaan. Niet te doen. Na een uur ben ik daar al weg. In een andere bedrijf ergens in de velden bij Haarlem heb ik het wel een paar weken volgehouden. We worden per volle bak betaald. Ik herinner me nog dat 'Spirit in the Sky' een hit was. Het geld dat ik daarbij verdiend heb vormt de helft van het bedrag om een brommer te kopen. De andere helft krijg ik omdat ik geslaagd ben.

Helaas is de som geld niet genoeg om een echte, blitse Puch of Tomos te kopen. Ik moet het stellen met een grijs-blauwe Kaptein Mobylette, wat toch meer een damesbrommer is in mijn ogen.

Tijdens de examens, die afgenomen worden in een gebouw in Haarlem, bezoek ik, met een paar medeleerlingen, een alternatieve koffieshop. Op de grond zitten en koffie drinken uit handgemaakte mokken aan lage tafeltjes. Ze draaien de Doors met het nummer 'Unknown Soldier'. Ik ben compleet onder de indruk en ik weet dat dit voortaan mijn 'scene' zal zijn. Underground. Een paar maanden later ontdek ik het Electric Center in Haarlem en rook ik mijn eerste joint.

Met mijn brommer dweil ik een aantal examenfeestjes af. Die examenfeestjes zijn wel duidelijk na de eerste breuk met Willie, want op één zo'n feestje in de tuin van een dure villa in Heemstede leer ik Christa kennen. Christa kan ongelooflijk goed zoenen. Na het feestje beloven we om elkaar terug te zien, maar zij laat niets van zich weten. Vanuit de bungalow rijd ik een paar weken later naar haar huis en bel aan. Haar moeder doet open en haalt Christa. Dan blijkt dat ik een blauwtje gelopen heb...

Thuis wordt veel James Last gedraaid, vooral de Non-stop Dancing platen. Ik vind het maar niks, slechte persiflages, kitsch pop.

Ergens in die tijd ('67-'69) kom ik ook, per ongeluk, terecht in mijn eerste politieke demonstratie, een anti-Vietnam betoging. Het was overigens verboden om "Johnson moordenaar" te roepen, dus roepen we maar "Johnson molenaar". Ik vind het wel spannend!

Voordat ik op de IJmondschool terecht kom heb ik het eerst nog geprobeerd om een opleiding te krijgen bij Shell Amsterdam. Ik ga er met mama en papa naar toe en moet daar een soort van voorexamen afleggen waarvoor ik vervolgens grandioos zak. Dat was dan dat.