wide open windows

/jeugd/

Pasteurstraat, Utrecht | 1960-1962
Pasteurstraat Pasteurstraat Ingang Ziekenhuis Pathologie Catharijnesingel Paardenveld Paardenveld Strips Advertentie Malibaan Zegels SAZU Indië boeken boeken boeken boeken Bambino Bambino Spellendoos Ganzenbord Hengelspel Suikerzakjes Sparen Typemachine Zaklantaarn Histor 1845spel 7up De Rusteloze Aarde Op brood Ons servies De Verrekijker Grasveld Cowboyhoed Klappertjes Raketjes M-brigade vlag M-brigade logboek Postkantoor Mooi Zeist Mooi Zeist Mooi Zeist Ascot Ascot Ascot Katholieke Illustratie Merken Merken Hinkelbaan Punniken Kop en schotel maken Padvindersriem Padvindersfluit Vakantie Valkenburg Vakantie Valkenburg Klikker Tob nooit

Na twee jaar wordt het huis in de Hartingstraat te klein, nu Ida groter wordt en we verhuizen weer. Dit keer vlakbij naar de Pasteurstraat. Ik hoef dus ook niet van school te veranderen. De verhuizing doen we voor de kleine dingen gewoon lopend over straat.

We wonen op de bovenste etages van het huis aan de Pasteurstraat. Als je binnenkomt (touwtje hangt uit de brievenbus als we thuis zijn) moet je een hoge, smalle trap nemen. Op de trap liggen traplopers die met traproeden op hun plaats gehouden worden. Regelmatig moeten die traproeden goed gelegd worden, anders is het gevaarlijk en glijd je uit.

De Pasteurstraat is een korte straat die aan de ene kant uitkomt op de Catharijnesingel en aan de andere kant doodloopt op de ingang van het ziekenhuis als je rechtdoor gaat. Je kunt wel rechtsaf de Justus van Effenstraat in. Aan het begin van de straat heb je banketbakkerij Janson. Huub, de zoon van de bakker wordt een vriend. Janson breidt later nog uit naar een ronde kiosk aan het begin van de straat. Ze verkopen daar fruitmanden en dergelijke voor het ziekenhuisbezoek. De bakker heeft op de hoek aan de singel nog automaten met snoep hangen. Een van die automaten is een keer stuk en je kunt er zo de mars-repen uithalen.

Aan de overkant van de huizen bevinden zich de (snij?)zalen van het pathologisch instituut met grote zwarte ramen waar je niet doorheen kan kijken en ervoor is een soort droge, smalle gracht met een ijzeren hek ervoor.

Mama gaat terug werken. In het rusthuis de Pelikaan op de Maliebaan 11. Soms moeten Ida en ik daar wel eens een zondag blijven, omdat we geen oppas hebben. We verveelden ons er vaak. Het spoorwegmuseum vlakbij hebben we ook wel een aantal keren gezien. Je kan wel goed glijden op de gladde houten vloeren van het rusthuis. Achter in de tuin staat een prieeltje. Daar heb ik eens massa's oude ansichtkaarten gevonden, met daarop oude postzegels die ik er afgeweekt heb. Ida herinnert zich dat mama er twee vriendinnen heeft, zuster de Witte, eentje met veel sproeten en ook een Surinaams meisje. Voor mij zijn die herinneringen heel vaag.

Er komt ook een studente bij ons op kamers wonen. Ze heet Christine. Ik ga soms stiekem bij haar binnen als ze er niet is. Het ruikt er vreemd, zoetig, interessant. Ik kijk in haar spulletjes. Ze heeft een doos met lange grote lucifers met gekleurde koppen. Aan de kapstok in de gang naast haar kamer hangt vaak haar jas. Soms vind ik klein geld in haar zakken...

Ik speel wel eens op het terrein van het ziekenhuis. Dat mag eigenlijk niet, maar we vinden er soms stukken kalk om mee te tekenen op de stoep. Ik zoek ook vaak bij de ingang van het ziekenhuis onder het receptiegebouw naar wisselgeld dat mensen wel eens laten vallen.

Zaterdags op de markt op het Paardenveld 2e hands Donald Ducken kopen. Soms zit er een Fix en Fox bij. Ik heb nog een brief geschreven naar Oom Donald en krijg een brief terug. En de Sjors. Ik herinner me de verhalen van Archie, de man van staal. En Billie Turf! En ook de Sjors en Sjimmie-boeken. Er is een vage herinnering dat ik die boeken zelf niet heb, of misschien eentje, maar ik kan ze lezen tijdens een logeerpartij of zo...

Opa Budding in Rotterdam in de Doezastraat. Zijn vrouw heet Cornelia, In feite zijn huishoudster die hij getrouwd heeft nadat mama's moeder overleden is. Een frêle dame met witte krullen en roze wangetjes. We noemen haar tante. We gaan er met de trein naar toe en ik spaar de treinkaartjes. Ik krijg de sigarenbandjes van opa. Ik weet niet meer wanneer hij overleden is.

Aan de overkant van de Catharijnesingel heb je het Lange Rozendaal en andere kleine straatjes. De mensen leven er op straat en zitten op stoelen buiten. Er wordt heel plat gepraat, hemdjes uit de broek en veel snotneusjes. Wij noemen die kinderen 'schoffies'. De mensen in de 'achterbuurt' zijn ook heel trots op hun buurt en dulden geen indringers. Ik ga liever een straatje om.

Ik lees veel. Van Bulletje en Bonestaak tot Karl May en van De Vijf tot Kazan de Wolfshond. Ik herinner mij een boekje over het ontstaan van de maan, geschreven door 'Aerodilletant', verder een groot boek over de aarde, gekregen van opa Haarmans en een boek over de cel uit de serie Parool / Life, maar het kan best zijn dat ik dat boek pas veel later kreeg of zelf gekocht heb. Ben ik al bij de bibliotheek? Zo ja, dan lees ik de boekjes van De Vijf en een aantal van Jules Verne uit de blauwe reeks.

Wij hebben geen Lego, maar Bambino, een goedkoper materiaal, waarmee je ook kan bouwen. Het heeft ook daken en raampjes, ronde en vierkante stenen. We hebben ook blaasvoetbal, een doos met zes verschillende spellen, hengelspel en vlooienspel.

Ida en ik krijgen elk een goudvis in een ronde vissenkom. Ik geef de mijne veel te veel voer en de vis gaat dood. Ik herinner me nog vaag de winkel aan de Westerkade waar de vissen gekocht zijn. Onze vissenkommen staan in de ingebouwde kasten waar de uitschuifdeuren zitten.

Suikerzakjes sparen. Je krijgt die ook bij de Blue Band (wij zeggen 'bleuband'). Die van de Chinees zijn interessant, want dan kan ik de karakters met elkaar vergelijken om te kunnen raden wat ze betekenen.

Speldjes gaan in een blikje van Willem II sigaren. Sigarenbandjes sparen. Munten en bankbiljetten sparen. Ik krijg ze soms van papa die hij in kleren vindt in de stomerij. Ze gaan in een blauw langwerpig blik met gleuven in het deksel. Ik heb een duit uit Overyssel uit 1768. Een briefje van 20 Braziliaanse cruzeiros. Oorlogsgeld van zink. Een halve cent, 2½ cent. Ik heb sommige munten ook schoongemaakt met Vim of koperpoets.

Ook wrijf ik mijn munten af met potlood in het 'grote (groene) boek'. Daar staan ook Maleise woorden in ('doewa poeloe lima sen') en een zelf geschreven verhaaltje in het Maleis. Het boek heeft een groen-zwart gespikkelde kaft. Ik teken alle Duckstadfiguurtjes in het boek in categorieën per dier: eenden, honden, enz.. Ik probeer ook te typen op een kleine, tweedehandse typemachine die werd afgesloten met een metalen deksel en probeer allerlei handschriften uit en oefen mijn handtekening.

De rieten poppenwagen van Ida. Ik herinner me ook de dekentjes en het instoppen van de pop.

Mijn militaire, groene zaklantaarn. Je kan er ook morse mee seinen. Ergens herinner ik mij ook een zilverkleurige zaklantaarn die gekleurd licht kan laten schijnen, maar misschien ben ik in de war met een ballpoint met verschillende kleuren inkt?

Papa kan goed vliegtuigjes van papier maken. Simpele, die ik ook kan vouwen en één die wat ingewikkelder is en uit twee stukken papier gemaakt wordt. Klepperen met houten plankjes tussen de vingers. Niet gemakkelijk! Papa kan het ook met een lepel op zijn been. Er is ook klepperliedje: "Klepperde, klepperde, klep klep klep, 'k ben zo blij dat ik ze heb".

Van een krant kan je een driehoekige 'klapper' maken. Door de klapper uit te slaan krijg je een knal. Een fietslampje kan je laten branden door het met een elektriciteitsdraad te verbinden met een batterij. De plastic uiteindes van de draad worden weggebrand met een aansteker. Dat stinkt goed. Het verbrande plastic moet je dan snel tussen je nagels van het koperdraad verwijderen. Soms brand ik mijn vingers. De koperen draadjes moeten stevig in elkaar gedraaid worden. Met een zakkammetje omwikkeld met vloeipapier muziek maken door er op te blazen. Geeft een grappig, prikkend gevoel aan mijn lippen.

We maken kettingen van kleurige, plastic schakels. Ze hebben de vorm van een rechthoekige O, maar met een kleine opening, waardoor je ze aan elkaar kan doen. Snoepje van de week?

Als het regende kan je het vlooienspel doen aan tafel. Wij hebben een paddestoelvormige pot. Deksel gaat eraf en de plastic 'vlooien' moet je één voor één door met een van de vlooien op een andere vlo te drukken in het potje laten springen. Dat valt niet mee op het dikke tafelkleed.

Het 1845 verzekeringsspel spel. Een "wappertje" is een van de polissen. gekregen van opa B.

Ik heb ook Meccano (of iets wat er heel erg op lijkt) en maak daar van alles mee. Zelfs een compleet, maar plat 'machinepistool'. En ik heb ook eens een vishengelspel gekregen. Aan de hengel zit een magneetje waarmee je de ijzeren visjes kan vangen. Nogal stom.

Ik teken heel graag. Ik teken bijvoorbeeld Ivanhoe na. Ik heb een boek over 'koptekenen" en ik teken de voorbeelden na. Papa en mama vinden het geweldig en ik moet ze dan ook laten zien als er visite is. Ik vind dat niet leuk en voel me opgelaten. Ik wil niet 'opzitten en pootjes geven'. En natuurlijk vind ik het tegelijkertijd wel leuk...

Ik heb ook een doos Japanse pastelkrijtjes. Ik bestudeer vaak de Japanse tekens op de doos. Ik heb ook Wasco, maar vind dat een stuk minder prettig om mee te werken. De pastelkrijtjes hebben een aparte, wat zurige geur.

Ik zie ook mijn houten tekendoos en kleurpotloden die regelmatig breken en opnieuw geslepen moeten worden. De geur van potloodslijpsel.

Dopjes van 7-Up sparen, althans de plastieken rondjes die onder de dop zitten. Bij een bepaald aantal kan je ze inruilen. Met mama naar toegegaan. Ik krijg er twee ribbelhologrammen voor (en een poster of krijg ik die later?) en dat valt een beetje tegen...

Ik heb een week of zo gelogeerd bij ome ('Zwarte') Henk en tante Doortje in Alphen aan de Rijn (papa en mama zijn op vakantie denk ik). Hun dochter heet Sylvia. Ik mag meewerken in de Histor verffabriek. Ik moet tubes met plamuur vullen en ze in doosjes leggen. Ik herinner me ook dat ik daar aan tafel met Bambino speel en dat ik geen één keer gestoord wordt, een zalige ervaring: met rust gelaten worden. Dat is thuis bijna nooit het geval. Ik vind het evenwel niet leuk dat ik zo weinig betaald krijg wanneer papa en mama mij komen halen. Iets van 4 gulden zoveel. Zelfs als klein kind snap ik dat dat niet klopt. Ik heb er serieus gewerkt!

Papa kan goochelen. Met kaarten. En hij kan uit zijn vingers rook laten komen. Hij heeft daarmee veel succes op familiefeestjes. Na lang zeuren heeft hij mij verteld hoe je dat doet. Hij laat me ook zien hoe je een munt kan laten verdwijnen met een glas en een stuk wit papier. En hoe je een munt kan laten bewegen over een tafel zonder aan te raken. Het werkt met een magneetje onder de tafel. Fred Kaps is de beste vindt papa.

En papa kan ook flauw doen: "trek eens aan mijn vinger". Mama roept dan: "Wil toch!"

Hij zegt soms: "They seek him here, they seek him there, they seek him everywhere." Komt uit de film de Rode Pimpernel. Nog een vaste uitspraak is :"Henri de Lagardère is niet dood, hij leeft!". Ook dit komt uit een film of boek.

Mama vertelt soms over haar werk in het ziekenhuis, maar niet veel. Ik weet dat ze in het SAZU gewerkt heeft en ze wijst soms het kamertje aan waar ze intern woonde. Dat was vlakbij in de gebouwen aan de Catharijnesingel.

De verhalen van papa over Indië vind ik interessant en indrukwekkend. We hebben ook een fotoboek met foto's van papa in Indië. In één van de verhalen wordt een vriend van papa in één nacht grijs en in een ander wordt iemand die aan malaria lijdt helemaal ingesmeerd door een toverdokter met een inlands kruidensmeersel ('obat'). De man is genezen. Papa zegt soms: "duduk is zitten en tidur is pitten". Hij vertelt ook oorlogsdetails die afschuwelijk zijn...

Ik weet niet meer wat er gebeurd is, maar ik ben een keer op de wc en papa maakt mijn billen schoon. Hij is kwaad en zegt: "Je kunt je eigen kont nog niet schoonmaken". Heel vernederende ervaring. Ik herinner me ook de verschrikkelijke, schreeuwende ruzies tussen mama en papa. Papa die de deur uit dreigt te gaan. "Je soort!" wordt er vaak geschreeuwd. Ik weet niet waar het allemaal over gaat. Wel angstig en bedreigend. Soms word ik gedwongen om partij te kiezen.

Ik ben acht jaar geworden. Op de foto van mijn verjaardagsfeestje hieronder ligt op het dressoir achter ons een boek dat ik gekregen heb. Het gaat over een jongetje met zwarte krullen. Ik lees het feitelijk pas een hele tijd later, want het lijkt me nogal saai. Maar als ik het dan toch lees vind ik het heel mooi en ontroerend. Ik kan me vaag een Italiaanse naam herinneren, maar weet dat niet zeker. Ben al jaren op zoek naar dat boek. (Het boek op het dressoir zou overigens ook het 'Groot (Margriet) Vakantie Boek' van 1961 kunnen zijn...)

verjaardagsfeestje

In het Utrechts Nieuwsblad lees ik graag elke zaterdag "Logboek der Wetenschap", dat ik uitknip net als elke vrijdag en zaterdag het stripje van "De Rusteloze Aarde".

In die periode heb ik ook veel, bijzonder heldere vliegdromen. Ik herinner me een droom waar ik op een muurtje tegen het hek aan de overkant van de straat sta. Ik stijg op en vlieg. Nooit erg hoog, altijd maar een paar meter of zo. De dromen eindigen altijd hetzelfde: ik leg me ergens in huis op de grond in een foetus-houding en wordt vervolgens wakker in mijn bed. De dromen voelen heel echt.

Ik lig soms in bed te denken voordat ik in slaap val en schrik dan plotseling helemaal wakker. Ik heb dan het gevoel dat ik een hele belangrijke, vergeten gedachte heb gedacht. Ik krijg kippenvel en mijn nekhaar staat overeind. Daarna probeer ik dan mijn gedachtespoor terug te volgen, maar dat lukt nooit.

Ik kan lid worden van de Sterrenwacht op het Zonnenburg. Ik heb het niet gedaan. Het zou veel te leuk worden en dat kan ik niet aan. Ik heb daar veel spijt van gehad.

Ik heb ooit een brief geschreven naar Natrena, omdat ze op het etiket 'sacharine' verwisseld hebben met 'sacharose'. Een behoorlijke blunder. Ik krijg een keurige brief terug, waarin ze mij gelijk geven en zullen zorgen voor correctie. Ik word in de brief gezien als een volwassene! En ik heb een keer een fossiel gevonden, denk ik. Een steen met wat een pootafdruk lijkt. Ik ben er mee naar de faculteit Archeologie gegaan aan het Domplein. Daar zeggen ze dat het poot-patroon toeval is. Het is gewoon een steen. Heel erg jammer.

Eten

Wat eten we zoal. Ik herinner me kapucijners met uitgebakken spek, bloemkool met witte maizena saus, bietjes met gebakken vis, sla met tomaat en ei. Andijvie, rode kool met gebakken bloedworst, draadjesvlees, worteltjes met vis, koolraapjes. Postelein, waarvan mama zegt dat het spinazie is, maar ik proef duidelijk dat dat niet waar is. Zuurkool- of boerenkool-stamppot met (veel te klein) stukje rookworst. Sperzieboontjes met rollade. Varkenskarbonade, appelmoes, hutspot, erwtensoep. Vermicellisoep. Pannenkoeken met stroop, we mogen onze naam schrijven met de stroop. Die moet je behendig om een lepel draaien om niet te veel te druipen. Hachee, dat smaakt ook altijd. Mama vertelt dat ze als kind graag 'hachee zonder uien' wilde.

Gehaktballen maken. Mama maakt zelf paneermeel door twee beschuiten tegen elkaar te wrijven. Soms mogen we proeven van het rauwe, gekruide gehakt (misschien niet voor niets dat we wel eens 'wormpjes' hebben...). Als toetje: chocoladepudding, vanillecustard (met vel!), aalbesjes met suiker, kersen, wentelteefjes, yoghurt met suiker, griesmeel, havermoutpap met stroop (mogen we ook onze naam in schrijven).

Vaak is het drama aan tafel omdat ik of Ida iets niet lust. Ik moet het toch opeten, desnoods alleen in de keuken. Daar doe ik er dan suiker over en schrok het zonder te proeven naar binnen. Of anders krijg ik het de volgende dag weer. Zaterdags eten we vaak patat of nasi goreng.

Wij zijn "ondankbare kinderen die niet weten wat honger is". Het zit ze duidelijk hoog. We moeten altijd ons bord leeg eten. Mama tikt met haar mes op ons bord als we niet dooreten. We krijgen ook een tik als we iets zeggen wat niet mag en mogen alleen van tafel af als iedereen klaar is. En alleen papa lust tuinbonen en omdat mama dat niet lust hoeven wij het ook niet te eten.

Op een gegeven moment mogen wij ons eten niet meer prakken. Dat is voor kleine kindjes. Heb ik heel erg aan moeten wennen. Vooral spinazie heb ik nog heel lang geprakt.

Op brood. Eerst een boterham met hartig: kaas, smeerkaas, cervelaatworst, leverworst, gekookte worst, leverkaas, leverpastei, bloedworst, Vocking, balkenbrij. Dan met zoet: hagelslag, vruchtenhagel, vlokken, bruine suiker (de klonten apart eten), gewone suiker, gele basterd, huishoudstroop, aardbeienjam, kersenjam, gestampte muisjes ('vim'), Pastachoca, Bebogeen, speculaas, chocolade-boter. We mogen geen boterham eten met roomboter én kaas, wel met margarine en kaas. Brood was gelukkig nooit een probleem. Kaas moet met de kaasschaaf gedaan worden. Dunne plakjes! "Het geld groeit me niet op mijn rug!" En een mes mag je niet aflikken, veel te gevaarlijk.

Brood moet ook met vork en mes gegeten worden. Niet samenvouwen en zo in je mond steken! En de korstjes moeten ook gegeten worden. Net als het kapje. Lekker met boter en suiker. We drinken er thee bij of gekookte melk (met vel) of karnemelk. Soms hebben we ontbijtkoek, lekker met een beetje boter.

Radio, TV, Muziek

Ik denk dat we in de Pasteurstraat ook onze eerste televisie krijgen. We kijken woensdag naar tante Hannie en zwaaien terug. Ook is er de Verrekijker.

Zaterdags Pipo de Clown. De eerste keer komen we terecht op het eind van het verhaal met de slaapridder Barbarin (Frits Butselaar - "bijlo en bijla" - Pipo en het zingende zwaard). Ik herinner me nog de kreet "ai, ai, ai de bibberhaai", wat uit een ouder Pipo-programma komt. Swiebertje is er ook al. Lassie en Dorus (Saint Germain des Prés), Wie van de Drie, Ivanhoe, Rawhide. Wanneer de tv aangaat worden de gordijnen dicht gedaan en gaan mama en papa vaak slapen, zegt Ida. Als je de tv te vroeg aandoet zie je eerst sneeuw en daarna een kwartier lang het testbeeld. Dan komt er geloof ik een klok en dan begint het programma pas.

Muziek: Anna, een grammofoonplaat met geel label. Happy José en Midnight in Moscow. Het Cocktail Trio met Batje Vier, enz. Op de radio: Musidenn, Falderie Faldera, Nooit op Zondag, Patsy. Het thema van de Derde Man. Bona sera. Tanzen mit mir in den Morgen. Zwei kleine Italiener. Banjo Boy. Weisse Rosen aus Athen en Bokkie Bè.

Verder op de radio: Moeders wil is wet. Ochtendgymnastiek en Arbeidsvitaminen. Paulus de Boskabouter met Eucalypta en Gregorius de das die altijd slaap heeft.

Buiten

Nu en dan ruik je de stank van de Benekluif fabriek, afhankelijk van de windrichting. Bijzonder goor.

Ik kan me ook herinneren dat ik een keer langs de straat van de singel een radio zie staan en allerlei andere spullen. Ik heb de radio meegenomen naar huis. Ik moet ze weer terugbrengen, want die mensen zijn gewoon aan het verhuizen.

Aan de Oudegracht 331 is er de wapenwinkel van H. Stolker. Ik heb lang gekeken naar al die wapens. Fascinerend.

Ik herinner me ook dat ik tussen de zwanen sta op de werf van de Nieuwegracht. De zwanen vinden het niet leuk en dreigen. Een angstige ervaring.

In de lantaarnpaal in onze straat klimmen. Helemaal tot bij de lamp. Onze rode autoped die we samen delen. Steppen op de Catharijnesingel. Rondjes doen rond het blok. Ik een paar keer en dan is Ida aan de beurt. Rolschaatsen heb ik ook.

Madeliefjes plukken in het parkje aan de Catharijnesingel met Ida. In dat park is ook een plekje waar groot hoefblad groeit. De bladeren zijn net zo groot als ikzelf. Ik vind het maar griezelig.

Zoveel mogelijk nummerborden van auto's opschrijven in een schrift. Ik weet niet waarom.

Bij het Springweg / Tuinstraat is een grote, door schuttingen en muren omgeven speeltuin. Op de muren zijn o.a. Disney-figuren getekend. Bij de Merwedekade is een nog grotere speeltuin: Wijkspeeltuin De Boog. Ik herinner me zo'n grote loopton, waar grote jongens het altijd te hard laten gaan. Levensgevaarlijk. Net als de familieschommel. De jongens die staand op de uiteinden staan jagen het ding veel te hard en je kan er niet af.

Speeltuin springweg

Mijn grootse buitenhobby is 'hutten' maken en fikkie steken. Een 'hut' is een plek in een bossage, die je van buiten niet kunt zien. Het voelt spannend om dan in de hut te zijn. Ik zoek ook uren lang de straten af op zoek naar lucifers en een strijkvlak. Een keer ligt er bij de hut in het parkje aan de Catharijnesingel zakken met houtwol. Die leg ik vervolgens in de hut. Al gauw gaan er katten in pissen. En ik heb toen uit ballorige experimenteerdrang de houtwol in brand gestoken. Dat loopt natuurlijk finaal uit de hand. Ik ben toen bang weggestept. Wanneer ik terugkom is de brandweer al aan het blussen. Ik ben best bang dat ze te weten komen dat ik dat gedaan heb. Ik heb trouwens daarna (of was het daarvoor?) nog eens per ongeluk een bosje bij de HBS in brand gestoken. Overigens, als er geen lucifers te vinden zijn dan kan je vuur maken met een brandglas. Ook leuk om op veters te doen. Die stinken goed.

Op weg naar school is er een gebouw waar je door de ramen beneden mensen ziet werken in laboratoria. Ik vind dat fascinerend. Dat wil ik wel worden: onderzoeker, uitvinder. Politieman heb ik ook willen worden, tot ik verneem dat je daarvoor op internaat moet... Stratenmaker is ook een optie geweest, de hele dag scheppen en in het zand spelen! En Indiaan! Indianen zijn belangrijk. Tenminste, zoals ze worden neergezet in de boeken van Karl May en Arendsoog. Daar zijn het wijze, edele natuurmensen... Van de Proost/Sleutel-reeks lees ik 'Indianen en het oude westen' (en 'Voorhistorische dieren') en ik lees ook de 'Laatste der Mohikanen' in een soort stripuitvoering.

We zijn eens bij vrienden langs geweest in een huis of flatwoning aan de Graadt van Roggenweg. Ik geloof dat de moeder Indisch was en haar kinderen 'halfbloedjes'. Ik herinner dat ik daar speelde met de kop van een etalagepop. Griezelig.

Spelen op het SAZU-terrein. Stiekem. Er liggen grote buizen met een soort isolatiekalklaag er omheen. Het ruikt er eigenaardig en er is ook goed stoepkrijt te vinden. Ik denk dat we dat toch maar één of twee keer gedaan hebben.

We gaan een keer naar de kazerne van ome Jan Budding die daar in dienst is (de Kromhoutkazerne?). Ging hij afzwaaien? Ik weet het niet meer.

Ik heb cowboyspullen gekregen voor Sinterklaas of verjaardag: groene hoed, riem met holster en chroomkleurig pistool. De hoed heb ik nog jaren gehad.

Cowboytje spelen. Pistolen met klappertjes. Een jongen uit de buurt heeft een heel echt uitziend geweer. Ik ben jaloers. In de portieken en achter auto's schuilen en op elkaar schieten. Dood vallen, even blijven liggen en weer opstaan. Klappertjes koop ik in een speelgoedwinkel aan het Springweg. Je kunt daar ook plakplaatjes kopen die je op je arm of hand voorzichtig kan afwrijven. Stiekem koop ik daar eens een pistool voor 1 gulden. Voel me heel schuldig, want het is me expliciet verboden. Voor straf geloof ik.

De Melkbrigade. Ik heb een kaart met daarop hokjes met lege melkglazen (het 'logboek'). Elke dag moet je een glas melk drinken en dan een streepje zetten in het glas op de kaart. Maar dat duurt me veel te lang. Ik heb ze in één keer allemaal vol getekend. Pure fraude en ik voel me daar schuldig om. Ik zie me nog in de gordijnen staan met die kaart in mijn hand. Na het opsturen krijg ik mijn mouwembleem en fietsvlaggetje. Daar ging het om. Ik ben ook met mama naar Tivoli geweest. Er wordt een show opgevoerd voor alle M-brigadiers.

Op het Springweg (?) woont een schoolvriendje die stapels Suskes en Wiskes heeft. De originele, in één kleur, afwisselend zwart en rood. We lezen die terwijl de strips overal om ons heen op de grond liggen, dat zou bij ons thuis niet mogen.

Er komen soms straatzangers door de straat. De mensen gooien geld naar beneden. Ook bloemen worden op straat verkocht. Ze roepen luid de prijzen.

Raketjes hoog in de lucht gooien. Je moet er een klappertje in doen. Een knal als ze op de straat terecht komen. Of met een fietsbel met luciferkruit en een schroef in het schroefgaatje tegen de muur slaan. Papa wordt heel boos want het kan ontploffen en dan ben je je hand kwijt. Nooit meer gedaan.

Naast de school staat verderop het postkantoor. Daar kan je op zondag met de postkarren spelen. Voor het postkantoor is een schuin aflopend plein. Dan gaat het lekker hard. Aan de andere kant, naast het park van mijn school staat de huishoudschool. Ik herinner me dat er in de winter ijs op de ronde vijver ligt achter de poort van de school. Je kan er niet bij door de hekken. Het zal op zondag geweest zijn.

Op de hoek van de Nic. Beetstraat en de Catharijnesingel wordt een gebouw neergezet. Een diepe kuil, betonvlechtwerk, heipalen. Ik volg het gebeuren elke dag als ik naar school ga.

Achter de Catharijnesingel wordt een weg opnieuw aangelegd en geasfalteerd, het Geertebolwerk. Een bulldozer rijdt het nieuwe asfalt plat. Het gaat razend snel.

In de zomer met de bus naar natuurbad Mooi Zeist, het openluchtzwembad. Opstapplaats tegenover het station met de groene NBM-bus, maar volgens Ida was het vlakbij ons huis op de singel... Ik herinner me de voetbaden met douches, de geur van water op steen. Het meertje helemaal in de diepte van het zandduin. Daar zwemt Ida en ik ook soms voor de gezelligheid. Er is ook een echt zwembad, waar papa en mama gaan zwemmen en ik doe daar net alsof ik ook zwemmen kan (met mijn handen 'lopend' over de bodem). Van het duin afrollen.

Mooi Zeist

Op weg naar Mooi Zeist komen we via de Berekuil langs de Bilt, waar papa bij de Ascot stomerij werkt. Ik ben daar eens met mama langs geweest en herinner me een lawaaierige plek vol stoom waar mannen met ontbloot bovenlijf aan het werk zijn. Je kan zien dat het zwaar werk is. Ik ben wel trots op mijn papa. De baas van de stomerij heet Botterman. Papa heeft niet veel lof voor de man.

Met de trein naar familie. Ik kijk door het raampje naar buiten. Daar zie ik huizen en kinderen op straat spelen. Een vreemd gevoel overvalt me. Ik ken die mensen niet en toch bestaan ze. Hele levens razen voorbij in een paar seconden!

Bij opa en oma Haarmans lezen ze de Katholieke Illustratie. Dat wordt later de Revue. Ze wonen in een nieuwbouwhuis in Oog en Al. We komen daar vaak op zondag en vervelen ons dood als we niet buiten mogen spelen. Tegenover het huis van opa en oma is een groot ruig terrein. We noemen het de Rimboe en spelen daar. Ik krijg er vaak het 'Snoepje van de week'.

Een lange broek van Terlenka kopen. En een (zondagse) sjaal moet van 'mohair'wol gemaakt zijn.

30 april Koninginnedag. Een vlag kopen met oranje steel en knop. Naar de optocht in de binnenstad.

Als ik buiten speel kan ik gemakkelijk naar binnen omdat het slot verbonden is met een touwtje dat door de brievenbus naar buiten hangt. Als je er aan trekt gaat de deur open. Als iedereen binnen is wordt het touwtje ook naar binnen gehaald.

Ik loop soms lange afstanden door de hele stad, vaak met mijn vriend van de bakker. Een keer tot helemaal op de Amsterdamse Straatweg. Er is ook nog sprake van dat we in een hoog gebouw naar de bovenste verdieping gaan. Hebben we op het dak gestaan of alleen Hupie? Kan best dat Ida daar ook bij is. Papa en mama vinden dat niet goed

Winkels en merken: Bakker Do Schat, de UBO, Schuurman, Lubro, Ruteck's, Gerzon, Lampe, de Spar, COOP, de Gruiter, Simon de Wit, Hema, V&D, C&A. Merken: Bros, Hofnar, Akkertjes, Halitran, Wajang, Sunil, Agré-Gola, Chefarine4, Wiebertjes, Green Spot, Anton Hunnink rookworst, Molenaars kindermeel, Kwatta, Joy, Sisi, Solex, Berini, Van Houten chocolade, Fosco. Rollo's. King pepermunt. Rollen zoute drop. Rang zuurtjes, oranje en gele. Italiano. Stophoest van RedBand. Potter's Linea.

Een heel klein, druppelvormig autootje dat aan de voorkant opengemaakt moet worden. We noemen dat een Goggomobiel, maar in werkelijkheid zien die er anders uit.

Spelletjes

Ik heb ooit een rood met wit vliegtuigje gehad dat je als een vlieger kon oplaten. De vleugels draaiden rond in de wind en maken geluid. Een keer heb ik ook een echte vlieger gehad. Zelf gemaakt met papa samen. Vliegerpapier, stokjes, een staart en veel touw dat opgebonden wordt op een draaiklos of is het gewoon op een stok? De vlieger leeft niet lang helaas... Daarna ben ik veel te teleurgesteld om het nog eens te proberen.

"Landje pik" speel je met meerdere kinderen en een zakmes. Eerst teken je een rechthoek af. Die wordt door midden gedeeld. Omstebeurt gooien met het mes in de rechthoek. Waar het mes neerkomt wordt een lijn getrokken. Wie na een tijd het grootste stuk overhoudt heeft gewonnen.

De meisjes gaan touwtjespringen en zingen daar liedjes bij: "in spring de bocht gaat in, uit spuit de bocht gaat uit". Omstebeurt springen ze in het touw. Soms zelfs met twee touwen tegelijk. Op mijn eentje touwtjespringen doe ik wel eens, maar ik ben er niet goed in.

Meisjes doen ook 'Handje klap'. Er wordt bij gezongen. Een heel bekend liedje is: "Papegaaitje leef je nog? Ija deeja. Ja meneer ik ben er nog. Ija deeja. K'heb mijn eten opgegeten en mijn drinken laten staan. Ija deeja, poef!". Er wordt op verschillende manieren met de handen tegen elkaar geklapt. Er is veel oefening voor nodig om het geklap goed gelijk te laten verlopen.

Ook voor de meisjes is hinkelen. Ze tekenen met krijt een hinkelbaan. De hinkelbaan is in genummerde vakjes verdeeld. Je springt op één been in het eerste vakje en hinkelt dan op één en hetzelfde been verder naar de volgende vakjes. In het laatste vak (of vakjes) mag je met twee benen staan om om te draaien. Als je op het verkeerde vakje hinkelt, of op een lijn of buiten de vakken terechtkomt, ben je "af". Iemand anders is dan de aan de beurt. Het hinkelen heeft veel varianten. Er wordt soms ook een steentje of een krijtje gebruikt. Dit gooi je dan in het eerste vakje. Daarna spring je met één been in het tweede vakje. Dan maakt je de hinkelbaan af door van vakje naar vakje te hinkelen. Op de terugweg moet je, op één been staande, het krijtje uit het vakje pakken en over dat vakje heen springen. Dan heb je de baan "gehaald". Dan gooi je het krijtje in het tweede vakje en doe je weer hetzelfde. Ik heb dit stukje over het hinkelen gekopieerd van het web, want ik snapte er toen eigenlijk niks van. Het is een 'stom' meidenspel. Net als kaatseballen, ook stom (vooral omdat het mij niet lukt). Ze zingen er een liedje bij: "Karel 1, brak zijn been, Karel 2……………… t/m Karel 20".

En punniken is ook voor meisjes. Zo'n paddenstoel met metalen dingetjes erop waar een koord mee geregen wordt. Veel meisjes doen ook in groep handstand tegen de muur. Ook hier ontgaat het waarom me compleet.

Tikkertje of krijgertje wordt vooral op het schoolplein gespeeld. Van te voren wordt via een aftelversje bepaald wie 'm is ("ikke pikke porretje, de meester heeft een snorretje, de meester heeft een sik, af ben ik"). Daar wordt dikwijls bij gefraudeerd en dan moet het weer opnieuw. Floeptikkie is een variant. Je kan niet getikt worden als je snel 'Floep' roept. Ook daar wordt natuurlijk oneerlijk mee gedaan. Op het schoolplein spelen we ook "voetje van de vloer" en bokspringen. Ook 'stand in de mand' wordt gespeeld. Je moet de bal vangen als je naam genoemd wordt: "Stand in de mand voor Tonnie!"

Verstoppertje doen we zowel in huis als buiten. Er moet afgeteld worden tot 10 of langer door degene die 'm is. Papa kan zich heel goed verstoppen.

En natuurlijk pijltjes schieten. Met een plastic elektriciteitsbuis. Een tijdschrift wordt in mooie velletjes geknipt. De velletjes gaan tussen de broeksriem. Van zo'n velletje papier wordt een puntige pijl gerold, die precies breed genoeg moet zijn om goed in de buis te passen. Het bovenste stukje wordt eraf gescheurd als de pijl te groot is. Dan op de buis blazen. Wanneer ze niet goed met spuug vastgekleefd zijn, rollen ze in de buis af en dan is de buis verstopt. Het is soms moeilijk om die er dan weer uit te krijgen. Sommige jongens hebben hun schiettuig heel stoer gemaakt door met elastiek er luciferdozen aan vast te maken, zodat je het daar kan vastpakken. Soms hebben ze zelfs twee buizen in zo'n constructie. We proberen vooral door open raampjes te schieten of andere moeilijke doelen te bereiken.

Kop en schotel maken. Je neemt een stuk touw en knoopt de einden aan elkaar vast zodat je het touwtje met twee handen tegenover elkaar tussen pinken en duimen kan houden. Door met de vingers herhaaldelijk in te steken en lussen op te nemen en te laten schieten ontstaan er patronen als bij een haakwerk. Er is bijvoorbeeld het 'visnetje', een 'parachute', een 'kop en schotel' en een 'bank'. Zelfs de 'Eiffeltoren'. Je kan ook een tweede persoon het touwtje laten 'overnemen'. Dan gaat het haakwerkje op zijn of haar handen over.

Een zoemtouw maken. Een touwtje wordt door twee gaatjes van een knoop gestoken. De einden van het touwtje worden dichtgebonden. De knoop wordt naar het midden van het touwtje geschoven. Vervolgens doe je het touwtje om de middelvinger van elke hand. Door de knoop rond te laten slingeren wind je het touwtje op. Als het genoeg was opgewonden beweeg je beide handen van elkaar af en weer naar elkaar toe en de knoop gaat dan heen en weer draaien. Dit maakt een zoemend geluid. We laten zo'n draaiende knoop soms voorzichtig tegen een vensterglas komen en dat geeft weer een ander geluidseffect.

En kijkdozen maken. Een schoenendoos van binnen inrichten met allerlei plakwerkjes. In de korte zijkant komt een gat bedekt met rood doorzichtig papier. En dan rond gaan om te laten kijken. Soms vragen we er geld voor. "Wilt u in mijn kijkdoos kijken?"

Ik weet niet meer of er geknikkerd wordt. Ik kan het me niet herinneren. Wel hoepelen met een fietswiel. Je jaagt het wiel voort door er met een stok tegen te slaan, maar ook deze herinnering is vaag of heb ik het verzonnen? Met een kleine metalen k(l)ikker kan je op de zenuwen werken van de mensen om je heen.

Rond draaien als een derwish. De wereld draait om me heen, ik sta stil. Als ik stop kan ik het best plat op de grond liggen om niet duizelig te worden.

Ze willen dat ik bij de padvinderij ga, maar ik ben daar te verlegen voor. Ik ben veel te bang voor ruwe kinderen. Maar zo'n padvindersriem vind ik wel stoer en die kan je zo kopen. Ik heb ook een padvindersfluit.

Onze eerste vakantie naar Harderwijk. Het regent de hele week. We slapen in een houten huisje. Eten doen we in een lang kantinegebouw. Er moet via corveebeurten door de vakantiegangers zelf afgewassen worden. Papa haat het en noemt het "'t Lompenpakhuis". Het stadje Giethoorn hebben we ook bezocht. Er is daar een winkel met stenen en mineralen: de 'Oude Aarde'. Ik weet nog wel dat als het even droog is dat papa en ik voetballen. We raken daar ook bevriend met andere lotgenoten: de familie Jansen uit Nijmegen. Ze hebben twee zonen, waarvan de oudste van mijn leeftijd is.

Ik heb een koehoorn-toeter. Ik geloof dat ik die gekregen heb van papa en mama toen ze thuiskwamen van een vakantie, maar ik weet het niet meer. Zij gaan voor het eerst samen op vakantie naar Zuid-Limburg, België en Luxemburg (ik herinner me de naam 'Bastogne'). Ben ik dan uit logeren bij ome Henk en tante Doortje of is dat later? Ida logeert bij ome Jan en tante Ineke.

Later gaan we wel met het hele gezin op vakantie naar Valkenburg. Raar is dat ik niet meer goed weet waar we dan wonen. Aan de twee fotootjes te zien moet dat toch wel in de periode Pasteurstraat zijn en/of Cromwijcklaan. Anyway, we logeren de latere keren in een hotel in Houtem-St-Gerlach, niet ver van Valkenburg. Ik herinner me dat we daar bediend worden bij het eten en dat we soep krijgen. Vaak soep die we thuis nooit krijgen en dus vreemd smaakt. Bloemkoolsoep. Ik leer een beetje biljarten van papa en ben dol op de repen Jacques chocolade, die er in een heleboel smaken te krijgen zijn. We bezoeken de grotten van Valkenburg. In één van die grotten hebben ze ooit tekeningen van dinosauriërs gemaakt. De student die de rondleiding doet weet er niet veel van. Hij geeft een Stegosaurus de verkeerde naam en ik zeg dat. De stommeling blijft volhouden en kan er niet tegen dat hij door een jongetje van 10, 11 overtroeft wordt. Ik ben ook constant op zoek naar leuke steentjes, die misschien wel fossielen kunnen zijn.

We bezoeken Spa. Het water dat ik drink in een fontein smaakt naar ijzer. Ik herinner me ook de rots van Dinant, waarop een vliegtuig staat uit de oorlog.

Monschau met zijn vakwerkhuizen bezoeken we ook. Maar hoe vervoeren we ons? Met een reisbus? Volgens Ida met de trein, maar ik weet het niet meer.

In Valkenburg gaan we een keer naar een middagvoorstelling. Onder andere Trea Dobbs treedt er op met haar 'Ploem Ploem Jenka'.

Op een van die vakanties logeren Ida en ik in de dependance aan de overkant. We moeten samen in één bed. Ik ben er ook heel erg ziek geweest. Waarschijnlijk een salmonella-infectie door het eten van een kroket.

Ik ben nog een keer ziek geweest na het eten van een rookworst en een ritje op een kabelbaan. Waar weet ik niet meer precies. Misschien de watervallen van Coo, of was het ergens in Duitsland?

Tijdens een van die tochten maken we kennis met de familie Pot uit Amsterdam. Ze hebben een dochter die Mary heet. Zij heet Rietje en hij heet ook Willem, net als papa. Willem Pot is een grote man en Rietje is een klein mager vrouwtje met donker haar. Ze hebben veel humor en staan op de Albert Kuip-markt met fruit. Ik herinner me dat we daar ook thuis zijn geweest.

Ik herinner me ook een wandelstok bedekt met metalen souvenirplaatjes die ik overal krijg. En het zwembad van Valkenburg. Ik lig in het gras bij het zwembad en het liedje 'Paradiso' of 'Brandend Zand' van Anneke Grönloh schalt door de luidsprekers. Ik voel me heel goed en relaxed.

Ergens in deze tijd kopen papa en mama ieder een Solex brommer. Ik ga achterop bij papa en Ida gaat bij mama achterop.

Een keer zijn we met de brommer aan het rijden ergens waar het niet mag. Een agent snapt ons en wij moeten ons mond houden. Papa geeft een verkeerd adres op bij de agent.

Papa is sowieso niet zo'n brave. Hij steelt ook regelmatig bierglazen en asbakken in cafés en ziet dat als een soort sport. Ik kan me nog een bierglas herinneren in de vorm van een laars. En volgens Ida heeft zelfs mama een keer een peper-en-zoutstel in haar tas gestopt omdat het eten niet lekker was.

Het koningshuis valt ook niet in goede aarde trouwens. Omdat ze in de oorlog het volk achterlieten en er zelf vandoor gingen.

Papa moet ook nog ergens een tijdje een motor gehad hebben, want Ida weet nog dat ze een keer voorop mocht. Ik weet wel dat hij in Indië met de motor gereden heeft. Hij heeft er ook een verloofde gehad die Sri heette. Als mama daaraan herinnerd wordt is ze duidelijk jaloers.