wide open windows

/jeugd/

Hartingstraat, Utrecht | 1958-1960
Hartingstraat Hartingstraat Hartingstraat, de overkant Schroeder van der Kolkstraat Nicolaas Beetsstraat De muurtjes De muurtjes De muurtjes De Inktpot Met papa en opa Bewaarschool Petroleumstel Stopgaren Spanners Fornuisje Treinkaartjes Salomo Roken Asbak Asbak paasmandje Trommel Trommel Tjoklat Reiswekker Très Chic Nonchalance Tarvo Buisman's Priktol Bliklopen Harteveld Snoep Lollies IJsstokje Likkoekjes Snoepje van de week Speeltje IJsje van Jamin Van Haren

In 1958 verhuizen we naar de Hartingstraat, op nummer 8. Onze eerste hele woning. De Hartingstraat ligt meer in het centrum van Utrecht, vlakbij de Catharijnesingel, de spoorwegen en het Stads en Academisch Ziekenhuis (SAZU).

Ik moet natuurlijk ook naar een nieuwe kleuterschool en dat wordt een nonnenschooltje genaamd 'RK Fröbelschool Paus Adriaan'. Ik herinner me iets vaags met madeliefjes plukken en buiten wachten op mama. Mama komt mij halen en brengen met de fiets. Ik krijg strafwerk (!), omdat ik aan het praten ben. Het strafwerkincident is voor papa en mama er ver over. Ik mag naar een andere kleuterschool. En dat wordt 'De Lepelaar' op het Puntenburg.

Thuis spreken we papa en mama altijd aan met 'U' en we leren met twee woorden spreken en beleefd te zijn. Je mag niet zeggen "hè?" als je iets niet verstaat, altijd "wat zegt u?" ("als je valt dan legt u").

Ome Jan en tante Ineke zijn in die periode getrouwd en het feest was bij ons.

Oma en opa Haarmans wonen eerst op de van Asch van Wijckskade. We gaan er met de bus naar toe. Ik heb daar ook eens een paar dagen gelogeerd. Ik herinner me de donkere, bruine kamer en de klok die tikt en slaat. Opa draait platen van Strauss. Ik zit aan de tafel te spelen. Voor het eten moet er met de handen gevouwen gebeden worden en ik krijg broodpap met suiker. Best lekker, maar het gedwongen bidden vind ik raar. Ik herinner me ook het kleermakerskrijt wat opa gebruikte.

Onze kolenkachel heeft mica ruitjes, asla, kolenkit. Er moeten aanmaakhoutjes gehakt worden. Met een krant wordt het vuur aangemaakt. Wat een zalige geur. De mannen van de kolenboer met zwarte gezichten en een kap over hun hoofd sjouwen de zakken. Ze storten de kolen in de kolenkelder.

De schuifdeuren.

In de kelder heb ik eens een groot zwaard gevonden, een brede Indische 'klewang'. Heeft het in een doos gezeten? Of heb ik dat allemaal gedroomd? Mama heeft later ontkent dat er in de kelder een zwaard lag. Ze beweerde wel dat ik dikwijls stoer rondliep en dan zei: "groot zwaard, veel bloed, kop eraf". Ik weet dat zelf niet meer. Hoe kom ik daar aan? Ik heb altijd een issue gehad met 'onthoofding'. Nog steeds. Ik pest mezelf met beelden van onthoofdingen. Ik vind het enorm angstig, griezelig en tegelijk ook fascinerend. Een raadsel.

Met een warme kruik naar bed. 's Winters is het vaak letterlijk ijskoud. De warme kruik wordt er een tijdje van te voren ingelegd. De kruik is van metaal en wordt in een kruikenzak gedaan, zodat we onze voeten niet verbranden.

Ik moet onder de hoogtezon. Ik weet niet meer waarom. Het zou kunnen dat eigenlijk alleen Ida onder de hoogtezon moet , maar dat ik dat ook wel interessant vind. Als bescherming krijg ik een speciaal brilletje op.

Mama knipt mijn vingernagels. Ze houdt mijn arm klem en doet me zeer bij het knippen. Zelfs mijn haar kammen doet zeer. En als mijn haar gewassen moet worden moet ik een washandje voor mijn ogen houden zodat er geen zeep in mijn ogen komt. Er komt meestal toch zeep in mijn ogen. Ze doet ook een keer mijn voorhuidje naar achter. Dat gaat niet. Ze zegt dat ik moet opletten dat dit later wel gaat.

Als we verkouden zijn krijgen we hoestsiroop. Het smaakt een beetje naar sinaasappel. Ik weet niet meer hoe het heette. Pleisters zitten op een metalen rolletje. Leucoplast. De pleisters dienen om een verbandje mee vast te plakken. Met die rolletjes kan je spelen, net als met wc-rolletjes. Bij pijntjes krijgen we Sinaspril. Op een schaafwond gaat beslist geen rode 'jodium zonder prik' (Mercurochroom), maar echte, bruine prik-jodium.

Ik hoor niet meer goed en heb oorpijn en draag een watje in mijn oor. Ik moet mijn oren laten uitspuiten. Er komt een hele prop uit.

Er heeft een tijdje iemand bij ons ingewoond die uit de gevangenis kwam. Het is om hem nog een kans te geven. Ik weet zijn naam niet meer.

We hebben vlooien of luizen in huis. Onze bedden worden met DDT behandeld. Het zit in een ronde doos en het maakt een klokkend geluidje als je er op drukt om het poeder te verspreiden.

Het (groene?) petroleumstel in de keuken in de hoek. Aan het wieltje draaien om de wiek te verzetten.

Speelgoed: kiepauto, gele hijskraan. Matchboxjes en Dinkytoys. Militaire wagentjes en tanks. Fornuisje met kleine pannetjes en meta-blokjes die we niet mogen gebruiken. Blikken opwindvogeltje met sleuteltje. Kinderen op school brengen wel eens een Schuco mee (autootje met draad en afstands-bediening). Blikken emmertje met hengsel en schep. Veger met rood borsteltje. Ik kan er echt de straat mee vegen en voel me trots. Treinbaan met rond spoor en verschillende treintjes. De spoorstukken kan je in elkaar schuiven. Er hoort ook een conducteurs-outfit bij met pet, spiegelei, riem met tasje voor de kaartjes en een kniptang. Ik spaar de kaartjes of ga ze zoeken op het station.

De houten meter van papa kan je zo vouwen dat er letters gevormd worden of een geweer. Ik buig het ook wel eens verkeerd en dat overleeft zo'n ding niet, tot verdriet van papa.

Zaterdag in de teil op de gang. Na elkaar.

Oefenen met veters vastmaken.

We hebben een koekjestrommel met een stippelpatroon. De deksel kan je indrukken en dat maakt een flink geluid als de oorspronkelijke vorm terugkomt. Er is ook een rond blikje van Tjoklat-chocolade. De rookstoel is een houten stoel met groene kussens die versteld kan worden. Er is een dressoir met laden en kastjes. Daar zitten onze borden, glazen en bestek in. Op het dressoir staan denk ik foto's. En ook een grote roze schelp. Je kan de zee erin horen. Er is ook nog een stenen bierpul met metalen deksel, daar zitten oude aanstekers in en andere prullen. Wij hebben ook een klok die je moet opwinden. Aan de ketting zit een zware, metalen sparappel.

Wij eten thuis vlakbij het raam. Ze kunnen zo naar binnen kijken. Als ze dat doen dan steekt papa een gehaktbal omhoog zodat ze het goed kunnen zien!

We eten het verpakte, lichtbeige Tarvo Moutbrood naast onze witte boterhammen. Mama noemt het 'regeringsbrood'. Het herinnert haar aan de oorlog. Toch eten we het, want het is gezonder dan witbrood. "Uw bakker, uw doctor" staat er op de verpakking. Het logo is een mannetje met een soort bolhoed. Het papier van de boter wordt zorgvuldig afgeschraapt.

Flessen met gazeuse, priklimonade van Exota. Heel lekker, vooral de bruine. Maar bleek later gevaarlijk te zijn, omdat de flessen soms ontploffen en is daarom uit de handel genomen. Er was ook een schandaal met Planta-margarine wat bulten veroorzaakt.

De koffiemolen wordt tussen de knieën vastgezet. De geur van vers gemalen koffie! En het krakende, haperende geluid van het malen. Later komt er een wandkoffiemolen die de gemalen koffie opvangt in een glazen bakje. De koffie wordt gezet met een stenen filter waar onderin gaatjes zitten. Er gaat wel altijd een schepje Buisman-poeder bij.

Ons servies is blauw met wit en een golfje aan de rand van de bordjes. De thee drink ik met melk uit een groene plastic beker met een oor. De beker ruikt vaag naar plastic.

Ik eet eens 7 verse, witte boterhammen. Een record. Ik zie me nog aan tafel zitten. In de zomer is het en ik heb geen hemd aan. Ik kijk naar mijn blote buik om te zien of ik er dik van wordt of gespierd of ik weet niet meer.

Mama kookt de was in een grote pan en roert er met een houten lepel in. De afwas wordt gedaan door een stuk Sunlight zeep op te kloppen met een zeepklopper. En thee wordt gezet per kopje met losse thee in een theezeefje. Of er wordt een pot thee gezet. Om de tuit van de theepot zit een wit stuk rubber. Als de thee klaar is wordt ze warm gehouden in een theemuts, die met een metalen klem open en dicht gedaan wordt. De theemuts ruikt van binnen naar warmte en stoom.

Mama gebruikt Tres Chiq van Vinolia (later Nonchalance) als eau de toilette.

Mama rookt Caballero, papa rookt zware Van Nelle in een donkerblauw langwerpig papieren zakje met van binnen zilverpapier. Hij neemt altijd een voorraadje van de tabak en stopt dat in een metalen doosje waar ook zijn Mascotte vloeitjes in gaan. Om aan te steken wordt een Imco benzine-aansteker gebruikt. Ik ruik noch de geur daarvan. Je hebt voor zo'n aansteker ook vuursteentjes nodig. Die zitten in een klein geel buisje met een rood dopje. Mama bewaart haar sigaretten soms in een metalen etui. En dan is er die grote metalen café-asbak en er is misschien ook al een glazen schaal met paarse vlekken, al kan die ook later pas gekomen zijn. Idem de asbak met een autoband eromheen.

Op een dag komt er een grote bruine envelop in de bus. Daar zitten instructies in over wat je moet doen in geval van een atoomoorlog. Ik herinner me dat dit nogal indruk maakte. En dat we onder de trap moeten zitten. We hebben geen trap.

Sinterklaas is altijd een heel gebeuren. Het begint 's avonds na het eten. Vol verwachting klopt ons hart. Papa die zegt: Ik ga eens even kijken of hij er aan komt. Terwijl hij weg is wordt er plotseling op alle deuren geklopt. Best angstig. En dan verschijnt er een zwarte hand om de deur die strooit met pepernoten. Dan komt papa terug en vraagt of wij Zwarte Piet gezien hebben! Hij zei ook dat er een mand is bezorgd met allemaal cadeaus. Dan mogen we de cadeaus één voor één uitpakken. Het belangrijkste cadeau komt altijd nog achteraf, als we denken dat het al voorbij is. En dan staat toch die autoped of een ander groot cadeau in de gang! Voorafgaand aan sinterklaasavond is er het schoenzetten. Ik herinner me nog goed het spannende gevoel om 's morgens vroeg te gaan kijken of er iets in onze schoenen zit. Het leek zelfs of het anders rook in huis als er inderdaad wat inzit...

Met de kerstdagen is er natuurlijk een kerstboom. Ik mag helpen optuigen. De piek als laatste. Er is ook een trompetje, een witte peen en een kabouter-kerstman van stof (rood, wit en blauw). En rode en witte papieren kerstklokken. Er wordt extra lekker gekookt (chocoladepudding met slagroom!) en er zijn altijd noten op tafel met een notenkraker. Als we later tv hebben wordt er op tweede kerstdag naar het circus van Billy Smart gekeken. Op Nieuwjaarsdag is er het schansspringen in Garmisch Partenkirchen, saai.

Met Sinterklaas: kruidnootjes, pepernoten, suikergoed, borstplaat, banketletter en taai-taai.

Met Pasen krijgen we ieder een rieten paasmandje met daarin gekleurd stro, een chocolade kip en eitjes van chocolade en ook van die kleine, gekleurde suikereitjes met spikkels.

Buiten spelen en op bezoek

Ik herinner me een tijd van intens buitenspelen en rondzwerven in de buurt. Ik speel, meestal alleen, op straat als ik niet naar school moet en blijf vaak weg tot laat in de middag. Ik ga alleen naar de treinen kijken aan het eind van de Nicolaas Beetsstraat. Ik herinner me ook dat daar een keer mannen aan het werk zijn die iets deden met elektrische aansluitingen in een muurkast van het GEVU-gebouw. Het ziet er interessant uit. Ik ruik nog de scherpe geur van bakeliet en verbrand isolatiemateriaal.

De scharensliep, melkboer, schillenboer. De melkboer heeft 'losse' melk. Met een pan er naar toe en vol laten lopen. De melk schuimt en wordt daarna opgekookt. Als het afkoelt komt er een vel op. Ik eet dat soms op met wat suiker. De visboer komt ook langs. Er liggen grote staven ijs in zijn kar. De visboer maakt de vissen schoon waar je bijstaat. Ik vind het er vies uitzien. De puttenzuiger die de straatputten komt leegzuigen met een lange pijp die in de put gaat. De beerwagen maakt de riolering schoon.

Ik kom regelmatig met winkelhaken thuis of een gat in mijn broek. Op zondag moeten wij onze nieuwste kleren dragen en beter niet buitenspelen. Later mogen we die dan ook doordeweeks aan. Onze kousen worden gestopt. Mama heeft zo'n eivormige houten bal die ze in de kous doet om makkelijker te kunnen stoppen. Ze gebruikt een stopnaald en speciaal dik wollig garen dat om een kartonnetje zit. Papa is heel goed in knopen aannaaien. Met ijzergaren. Ik heb dat toen ook geleerd. Ik herinner me ook de glazen pot met knopen, daar speel ik wel eens mee. Elke week worden ook de schoenen gepoetst. Ook daar bestaat een heel systeem voor van schoenpoets aanbrengen uit een plat blikje. Uitborstelen met een harde borstel, verder borstelen met een zachte borstel en tenslotte uitwrijven met een doek. Tot ze glimmen.

Ik wordt dikwijls gepest door een kleiner jongetje van verderop. Ik wordt een keer door hem vastgebonden aan een boom in het park. Ik wordt ook achternagezeten. Wegvluchten over het Geertebolwerk achter de Catharijnesingel. Op een dag is het me te veel. Ik heb het pestjoch een keer heel hard aan z'n haar getrokken. Hij is huilend weggerend. Ben nooit meer gepest.

Spelen met vriendinnetje van op de hoek. Papa en mama gaan 's avonds bij de ouders van dat meisje op bezoek. Ik durf niet mee. Voel me verraden.

Verderop in de straat heeft iemand een televisie gekocht. Vaak gaan de kinderen uit de straat daar kijken. Ik geloof dat ik ook eens (of meerdere keren?) heb gekeken. Dappere Dodo – ik denk dat ik dat één keer gezien heb. Coco en de Knorrepot (het vliegende varkentje) heb ik een aantal keren gezien. Met Salomo P. Snuffel, de detective-boekenwurm. Hij zegt altijd "Eenvoudig denkwerk" en is ook een beetje eng, omdat hij zo slinks uit de boekenkast komt en zich dan met schokjes opricht.

De straat is opgebroken. Straatwerkers maken een enorme kuil in heel de straat. Dat lijkt me ook wel wat. Meehelpen. In het zand werken. Stratenmakers maken de straat weer toe en gebruiken van die gemotoriseerde stampers die telkens met een plof opwippen.

Je hebt priktollen en zweeptollen. Die laatste zijn voor de meisjes. De priktollen moeten ontdaan worden van hun originele, stompe ijzeren punt (appelpunt) en dat moet vervangen worden door iets anders, wat weet ik niet meer (een schroef?). Dan heb je een perenpunt. Tollen met originele punt mag je afpakken, die met de juiste punt niet. En dan natuurlijk de tol versieren met verf en punaises. Ik kan zo'n tol tientalen meters ver gooien, onderhands. Van papa geleerd. Bovenhands is om recht voor je op de vloer of stoep te tollen. Zweeptollen moet je vastzetten tussen de stoeptegels, er een touwtje omheen binden, het touwtje wegtrekken zodat de tol gaat draaien en dan aan de gang houden door te slaan met het touwtje dat aan een stokje vastzit.

Bliklopen. Dat voelt een stuk veiliger en makkelijker dan met stelten lopen zoals sommige kinderen in de straat doen. Hoepelen met een fietswiel. Ik herinner me dat kinderen aan het fietsen zijn met blokken op de trappers, zodat ze staand fietsend bij het stuur kunnen. In de winter glijbanen maken op de Nicolaas Beetsstraat. Urenlang glijden met heel veel kinderen tot de baan echt spiegelglad is. Allemaal achter elkaar in een lange rij, omstebeurt.

Hoelahoepen. Meisjes met petticoat. En kleine meisjes hebben een strik in het haar. Ik vind de strikken leuk.

Met mama naar de kermis. Suikerspin eten, alles plakt. Ik zal ook wel in de draaimolen gezeten hebben, maar dat weet ik niet meer.

Op de fiets boodschappen doen met mama. De groenteboer in de Lange Smeestraat. De geur en het lawaai van de aardappelschilmachine. De metalen ovalen schalen om aardappels mee op te scheppen en te wegen.

Naar de kapper op het Springweg. Aan de muur zo'n rood-met-witte barbierspaal. De kapper doet mijn oren omlaag om daar te kunnen knippen. Niet leuk. Je kunt er lezen in de Lach: meisjes in bikini en moppen.

Bij Van Haren schoenenwinkels krijg je gratis een ballon bij aankoop van een paar schoenen! Ik herinner me een logo van een mannetje in de vorm van een schoenzool.

Ik ben ook eens met mama naar de Cinema Palace / Filmac geweest, een bioscoop tegenover het Vredenburg. Het is een doorlopende nieuwsvoorstelling en je kan binnenkomen wanneer je wil.

Ik herinner me de Galleries Modernes, het grootwarenhuis op de Lange Viestraat, hoek Oude Gracht. Mama neemt altijd de trap want ze is bang voor roltrappen. Op de hoek van de Lange Viestraat en het Vredenburg heb je een gebouw waar helemaal bovenin restaurant Smits is. Ik geloof dat er ook een lichtkrant is bovenin aan de buitenkant. En er zijn knipperbollen bij de zebra's aan het station.

We eten dikwijls bij de Chinees in de Sint Jacobsstraat. Ik herinner me de driehoekige, papieren servetten met in Chinese tekens de naam van het restaurant. Grote stukken kroepoek. Papa neemt altijd Nasi Ramas (een 'bord met spullen'). Natuurlijk moeten we netjes met mes en vork eten.

Kruidenier van Hartevelt verkoopt ook snoep. Het ruikt lekker in die winkel. Snoep: ijsjes op plastic stokjes, waar inkepingen in zitten zodat je ermee kan bouwen. Ik zie nog steeds het beeld van zo'n stokje dat in het asfalt van de weg vast zit. Enkele en dubbele waterijsjes. Zwart op wit (als poeder in plastic zakjes en als ronde pilletjes), duimdrop, opgerolde dropveters (met snoepje in het midden), ruitvormige spekken. Lange, dunne, platte kauwgum in gekleurd papier gewikkeld. Lolly's, van die harde bolle, ronde met een rand (knotsen). Of platte met felle neon kleurtjes. Beertjesdrop (bruine en zwarte), muntendrop, trekdrop, jujubussen, griotten, boterwafeltjes, zuur- en kaneelstokken. IJsbonbons met tekstjes, hartjes, tumtummetjes, pepermuntkussentjes, haverstro. Tjoklat toffeerepen. Toverballen. Bazooka Joe. Daar kan je goed bellen mee blazen en laten knallen en er zit altijd een verhaaltje bij. Schuimpjes. BIS-rolletjes en snoepkettingen. IJsbonbons en hartjes met tekst. Snoep kost 5 of 10 cent.

Koekjes: droge (maria) biscuitjes, likkoekjes (café noir), kletskoppen, speculaasjes, ronde likkoekjes met gekleurd glazuur, bokkenpootjes, bitterkoekjes. Biscuitjes met suiker. Kaneelbeschuitjes om mee te soppen in de thee. Letterkoekjes. En Liga-koeken natuurlijk.

De Gruyter's snoepje van de week. Een dubbeltje, later 15 cent. De plastic puzzelpoppetjes en verkeersbordjes op een voetje. Ook dierfiguurtjes die je kan neerzetten. We krijgen dit later ook bij opa en oma Haarmans als die in een nieuwbouwhuis wonen.

De hele dag buiten zijn. De tijd vergeten.

We doen met z'n allen in de straat een spel dat bestaat uit het wegslaan van een houtje dat op twee bakstenen wordt gelegd. Ik weet niet meer precies hoe het werkt. Het houtje komt tientallen meters verder. Ik denk dat het een soort honkbal is. Ik denk niet dat ik meedoe, ik ben te klein.

Buitenspelen doe ik vaak in het Moreelse park bij de Inktpot, een gebouw van de spoorwegen. Ome Hennie werkt in de Inktpot. Het park wordt omringd door lage en hogere muurtjes. Soms speel ik daar met meerdere kinderen 'cowboytje'. Ik ben dan vaak 'indiaan', met mijn zelfgemaakte hoofdtooi van duivenveren en gordijnband.

De ijskar van Jamin. Staat vaak bij de muurtjes. Volgens Ida bedelen we vaak om een ijsje, maar zelf weet ik dat niet meer. Het zijn ronde, platte schepijsjes, die met een machine worden uitgestoken en boven en onder een biscuit krijgen. Al draaiend aflikken, anders gaat het druipen. Vanille en aardbeien.

De taxusstruik bij de muurtjes. Ben eens van een hoog muurtje gevallen op mijn pols. Naar het ziekenhuis aan de overkant van ons huis. De geur van ether. Ik moet een mitella dragen.

Bij de muurtjes heb je altijd enorme plassen als het geregend heeft. Daar kan je mooi in stampen. Soms komt het water toch in mijn laarzen.

Maar: pas op voor de kinderlokkers! Wat die doen wordt niet verteld, maar je moet wel opletten voor ongure en verdacht uitziende figuren en uit hun buurt blijven. Je moet trouwens wel degelijk uitkijken voor de parkwachters die een groen uniform aanhebben. De 'groenen' noemen we die. Politie-agenten noemen we 'juten'.

Pistolen hebben trouwens gedurende mijn hele jeugd een speciale aantrekkingskracht. Het voelt machtig om zo'n ding in mijn hand te hebben. Ik herinner me ook dat er eens een politieagent op bezoek was. Misschien wel een vriend of familie. Ik vraag of ik zijn pistool eens mag vasthouden. Dat voelt toch beslist anders dan een speelgoedpistool. Veel groter en zwaarder. En duidelijk zeer gevaarlijk. Niet leuk eigenlijk.