wide open windows

/de eerste jaren/

Laan van Engelswier, Utrecht | 1953-1958
Laan van Engelswier ik als baby Ik en opa H. Bij familie in Rotterdam Ik speel bij familie in Rotterdam Blokken Bij opa en oma ik met wiegje ik met Ida familie beneden spoorbrug Op weg naar school School

Ik ben geboren op de Laan van Engelswier 7bis in Utrecht op 15 januari 1953 (een zeer koude, geheel bewolkte dag met een gemiddelde temperatuur van -0.7 ℃. De wind was matig en kwam uit Zuid - Zuid-Westlijke richting). Een baby-boomer dus. Mijn ouders waren Coby Budding en Willem A. Haarmans. Mijn moeder had nog een broer Jan en mijn vader nog twee broers en een zus: Jan, Hennie en Greet. Mama kwam van Rotterdam en was verpleegkundige, papa kwam uit Utrecht en werkte bij een stomerij.

Ik ben tot mijn vierde enigst kind. In december 1956 wordt mijn zus Ida geboren, maar ik blijf een 'eenzaat', mijn leven lang.

Er is woningnood zo na de oorlog en wij wonen daarom in bij de jongste broer van mijn vader en zijn vrouw. Het huis was eerder bewoond door de ouders van mijn vader. Wij wonen op de bovenetage, zij beneden. Mijn oom en tante hebben ook kinderen en de oudste heet ook Ton. Ik ben dan 'Tonnie boven' en mijn neef wordt 'Tonnie beneden' genoemd.

Als ik anderhalf jaar oud ben moeten mijn amandelen geknipt worden, want ik ben continu verkouden. Ik herinner mij nog duidelijk (!) dat ik rechtop in het ziekenhuisbedje sta en dat een verpleegster mij een fles aanbiedt om in te plassen. Ik begrijp niet wat de bedoeling is.

Koppeltje duikelen over de speeltoestellen bij de zandbak. De hoge kan ik nog niet bij. Zand laten stromen in de gaatjes van de speeltoestellen. Mag dat wel? Ik herinner me Ida in de hoge kinderwagen en de lichtgele zomerjurk van mama. Ik vang bijen met een jampot en doe lieveheersbeestjes in een lucifersdoosje met bladeren, want ik denk dat ze dat eten.

Ik vind eens een briefje van 25 en een van 10 bij de huishoudschool. Ik heb het geld thuis afgegeven. Ze zouden het teruggeven. Later blijkt dat ze dat geld zelf heel goed konden gebruiken. Ik vind het wel jammer dat ik het niet mag houden.

De Lubro bakker komt langs in de straat. Ik bedel altijd om een krentenbol of eierkoek en soms krijg ik er een.

Ik heb een kleine metalen muntenhouder voor dubbeltjes. Er zit een ijzeren veer in. Als ik ‘m indruk komt het topje van mijn vinger er soms tussen.

Ik heb zowel een gelukkige tijd op de Laan van Engelswier, maar ook angstige momenten. Ik voel me gelukkig in de zandbak op de hoek met een lepel om mee te spelen. Zeer angstig is dat kinderen slachtafval leggen op een stuk papier langs de stoep op straat en erbij lachen. Ze zeggen dat ze een hond hebben doodgemaakt. Ik weet niet of ik ze moet geloven. Ook angstig is het gedrag van een politieagent die met een brandende kerstboom staat te zwaaien. En ik wil ook niet naar de kleuterschool als het daarvoor tijd is en mama moet mij er naar toe slepen. In een ruimte zijn met allemaal vreemde kinderen lijkt mij niks. Gelukkig valt het mee natuurlijk, maar naar de vreemde wc gaan durf ik toch niet en uiteraard komen daar ongelukjes van. En ook het bezoek van Sinterklaas op die school beleef ik als een angstig gebeuren.

Veel leuker is dat mama ons meeneemt op de fiets, ik achterop en Ida voorop. We fietsen onder de groene spoorbrug over de Amsterdamsestraatweg en komen langs de watertoren.

In 1957 emigreren tante Greet, ome Wil Dijkman en hun kinderen Jurie, Joke en Ton naar Canada. Ter gelegenheid daarvan wordt er een foto van de hele familie gemaakt voor de deur van oma en opa Haarmans.

Familie Haarmans 1957

57 jaar later doen we in het Julianapark van Utrecht de reunie nog eens dunnetjes over

Familie Haarmans 2014

Volgens mijn neef in Canada zou onderstaande geluidsimpressie het zogenaamde 'haarmans-fluitje' voorstellen (in mijn eigen hoofd klinkt het een beetje anders):

Van de verhuizing naar de Hartingstraat weet ik niets meer. Ik zal wel gebivakeerd hebben bij oom en tante beneden.