7. Ik ben nu een ander mens


[1]V: Jouw woorden over voortdurende verandering raken me, Robert, hoewel ik nog steeds met sommige dingen worstel. Wat na al die pijn is doorgedrongen, is dat ik nu een ander mens ben. Hoezeer ik ook niet anders wil zijn dan ik was, ben ik toch veranderd. Ik begrijp dus dat we door levenservaringen elke dag weer nieuw zijn, en dat was iets wat ik voorheen niet kon accepteren.

[2]Maar ik vraag me nog steeds het volgende af. Zonder dat er een "mijzelf" is, hoe komt het dat het verleden ons zo kan beïnvloeden? Net als voor degenen onder ons die een trauma hebben meegemaakt, begrijp ik dat de gebeurtenis zelf die persoon heeft veranderd. Maar als "mijzelf", zoals jij beweert, een vloeiend wezen is dat het leven ervaart zoals het stroomt, waarom klampen we ons dan vast? Welke rol speelt het onderbewustzijn? Ik heb begrepen dat het onderbewustzijn veel bepaalt van wat we denken en doen. Als dat zo is, is er dan een "mijzelf" in het onderbewustzijn? Ik denk dat jij als psycholoog toch innerlijk-kind-werk en dat soort exploraties met mensen hebt gedaan. Maar als er enkel het nu is, is er dan nog een plaats voor dat soort heelkunde?

[3]A: OK, prima. Je hebt het belangrijkste deel begrepen. Alles is altijd aan verandering onderhevig, inclusief mijzelf. Dat is een krachtig concept.

[4]Maar zeggen dat mijzelf altijd verandert betekent niet dat mijzelf niet bestaat, zoals sommige mensen zich graag verbeelden. Het is duidelijk dat "mijzelf" op verschillende manieren bestaat, maar het heeft niet het permanente karakter dat velen van ons veronderstellen. Het ik van gisteren, of van het net voorbije moment, is weg en kan nooit meer terugkomen. De pijl van de tijd wijst slechts in één richting; er is geen weg terug, er is geen omkering van tijd, behalve in fantasie of waan.

[5]Mijzelf is als een rivier van gedachten en gevoelens die niet beheerst kan worden, maar die blijft stromen, zoals en waarheen hij ook stroomt, of je het nu leuk vindt of niet. Niemand kan die stroom stoppen. Het ik van het laatste moment is voor altijd verdwenen - water over de dam. Zelfs dit moment - dit huidige "zelf" - glijdt weg voordat we er greep op kunnen krijgen.

[6]Geloof me niet op mijn woord. Kijk er eens naar. Observeer de stroom van bewustzijn die je "mijzelf" noemt - niet de inhoud van het bewustzijn, niet de details van gedachten en gevoelens - maar de stroom zelf. Merk op hoe gedachten en gevoelens transformeren en eindeloos veranderen - de ene gedachte of sensatie vloeit over in de volgende. Die stroom, zeg ik, is "mijzelf" - de enige mijzelf die men ooit echt zal kennen.

[7]Als herinneringen aan trauma's opkomen, noemt de ogenschijnlijke denker van die gedachten zichzelf "ik", en het trauma wordt gezien als iets dat met mij gebeurde. Vanuit dat gezichtspunt lijkt de denker een voortdurend, blijvend, vast "ding" te zijn waarmee dingen gebeuren - gebeurtenissen, gedachten en gevoelens, de een na de ander. Maar "mijzelf" is niet continu. Elk moment is een nieuw moment, niet noodzakelijkerwijs op enigerlei wijze verbonden met het vorige moment. Neem dit niet op mijn gezag aan. Observeer het en je zult het zien.

[8]Wat de continuïteit van mijzelf lijkt te zijn is een illusie die deels ontstaat door culturele indoctrinatie, maar ook omdat het schijnbare centrum van bewustzijn zichzelf altijd bij dezelfde naam noemt: "ik". Die onveranderlijke naam suggereert een identiteit die ook niet verandert: ik, de waarnemer van waarnemingen, de voeler van gevoelens, en de denker van gedachten. Maar hoewel de naam nooit verandert, stroomt dat ogenschijnlijk onveranderlijke centrum van gewaarzijn samen met al het andere, op geen enkele manier gescheiden van waarnemingen, gedachten en gevoelens.

[9]Als men vastzit in een gezichtspunt dat zichzelf ziet als de denker van gedachten, zal het zelfs nooit bij die "ik" opkomen dat "mijzelf" ook een gedachte is, vluchtig en geheel vergankelijk zoals elke andere gedachte. Ja, er kan in het volgende moment een gedachte zijn die ook zichzelf "ik" noemt, samen met een presentatie van gevoelens en gedachten over dat "ik", maar het zal niet dezelfde "ik" zijn als de vorige "ik-gedachte".

[10]Je hebt "We zijn elke dag nieuw," al herkend - schreef je - maar je hebt het nog niet volledig doorzien. We zijn inderdaad elke dag nieuw, maar in feite zijn we elke seconde nieuw, en dus is je wens om te zijn wat je ooit was slechts een fantasie van een "verleden" dat nooit echt bestaan heeft, en nu alleen maar lijkt te hebben bestaan.

[11]Hoe je vroeger was" is een verhaal dat je jezelf vertelt, samengesteld uit herinneringen en beelden van ontelbare gebeurtenissen, die elk met een verschillende "mijzelf" gebeurden, en die nu worden samengevoegd alsof ze allemaal met één duurzame, maar nu voorbije "mijzelf" gebeurden. Tegenspoed, zeg je, heeft een nieuwe "mijzelf" in het leven geroepen die wenst dat zij nu niet wist wat de oude "mijzelf" toen niet wist, terwijl je tegelijkertijd, paradoxaal genoeg, wenst dat de oude "mijzelf" toen had kunnen weten hoe goed die het had. Dat soort "mijzelf" is een fantasie vervuld van spijt.

[12]Een oude oom van mij dronk graag, en had een professioneel uitziende bar in de kelder van zijn huis. Hij had elke soort drank die je je maar kon voorstellen op de schappen van die bar, en zijn eigen biertap eronder. In het midden van die muur van flessen hing een bordje in nep-Germaans lettertype:

[13]"We grow too soon Oldt, and too late Schmart." ("Wij worden te snel oud en te laat slim")

[14]Nu kan een bepaald moment aspecten vertonen die ongeveer gelijk zijn aan die van het vorige moment. Stel je voor hoe een frame in een filmstrip slechts een klein beetje kan verschillen van het frame dat er net aan voorafging. De film is opgebouwd uit duizenden afzonderlijke foto's die, wanneer ze snel geprojecteerd worden, een schijnbare continuïteit vertonen. Op dezelfde manier kan de schijnbare continuïteit van waarnemingen, gedachten en gevoelens van het ene moment op het andere de indruk wekken van een ononderbroken "mijzelf" die voortduurt terwijl de tijd verstrijkt - een "mijzelf" die intact en onveranderd voortleeft van het ene moment op het andere. Maar wanneer zich iets abrupt, drastisch of schokkend voordoet, net als een jump cut in de film - een plotseling ongeluk, of onverwacht slecht nieuws - zien we onmiddellijk dat de veronderstelde persistentie van het zelf-zijn niet werkelijk het geval is, en begrijpen we dat het dat nooit is geweest. Vaak komt dit als een schok: "Ik ben nu een ander persoon."

[15]Wat jij je "worstelen" met het idee van voortdurende verandering noemt, is een soort verzet tegen de feitelijke vergankelijkheid . Ik noem vergankelijkheid een "feit", want het is duidelijk en onmiskenbaar, dat:

  1. de stroom van gebeurtenissen nooit stopt, en
  2. er geen enkele garantie bestaat wat voor soort gebeurtenis of gevoel er zometeen zal ontstaan.

[16]Je vroeg: "hoe komt het dat wij ons vastklampen?" Dat maakt daar deel van uit. We geven niet graag toe dat we geen invloed hebben op gevoelens en gebeurtenissen, die in een oogwenk onze hele wereld op zijn kop kunnen zetten.

[17]Maar als je vraagt "hoe komt het dat wij ons vastklampen?" dan vraag je dat vanuit een perspectief dat een "wij" impliceert dat, vanuit mijn standpunt bezien, niet echt bestaat. Er is geen "jij" los van het vastklampen. Vastklampen is niet iets dat "ik" doe. Niemand kan het besluit nemen zich vast te klampen of ervoor kiezen zich niet vast te klampen. Laat me je een voorbeeld geven uit de actualiteit.

[18]In mijn studententijd waren de Amerikaanse universiteiten broedplaatsen van vrije meningsuiting en trotseerden de studenten alle pogingen om hun zelfexpressie te beperken. Tegenwoordig roepen veel studenten om het tegenovergestelde. Zij eisen niet het recht op ongecensureerde meningsuiting, maar het "recht" om beschermd te worden tegen dergelijke meningsuiting - beschermd om zelfs niet naar ideeën te hoeven luisteren die hen niet aanstaan. In deze nieuwe versie van wat een universiteit zou moeten zijn, zijn professoren ontslagen omdat ze een "trigger-woord" gebruikten in een lezing, of zelfs omdat ze een "trigger-boek" op de syllabus hadden gezet. Eminente bezoekers die iets te zeggen hebben, zijn uitgesloten.

[19]Dit nieuwe "recht" houdt in dat men verzekerd is van een omgeving waarin niets zal gebeuren dat verontrustend zou kunnen zijn of onaangenaam zou kunnen botsen met welke opvattingen dan ook die als politiek correct worden beschouwd. Dit is natuurlijk precies het tegenovergestelde van wat een echte opvoeding inhoudt, namelijk dat allerlei ideeën worden geuit, in twijfel worden getrokken, vanuit verschillende invalshoeken worden onderzocht en aldus worden verduidelijkt.

[20]Wanneer deze studenten gevraagd wordt het idee te verdedigen dat hun scholen, ten koste van de gebruikelijke vrijheid van meningsuiting van hun medeleerlingen en professoren, emotionele "veilige zones" zouden moeten zijn, nemen ze hun toevlucht tot de taal van posttraumatische stressstoornis en beweren ze dat ze, omdat ze al getraumatiseerd zijn door cultureel onrecht, zelfs geen "micro-agressie" meer kunnen verdragen. Daarom eisen ze dat iedereen in het universitaire milieu hen behandelt als wandelende gewonden.

[21]Wandelend gewond zijn is hun identiteit geworden, en er wordt gretig aan vastgeklampt. We horen die gretigheid in de zin: "Hoe identificeer jij jezelf?", wat betekent: vertel ons wat je godsdienst is, je etniciteit, je seksualiteit, je huidskleur, je nationaliteit, je geslacht, je zogenaamde "ras", enzovoort, want zonder die details te kennen, kunnen we jou niet vertrouwen, en als het de verkeerde details zijn, kunnen we jou ook niet vertrouwen.

[22]Maar die details zijn alleen "mijzelf" voor zover ik denk dat ze dat zijn en me ook zo gedraag. Anderen kunnen proberen mij in een hokje te plaatsen, maar er is, zeg ik, een "mijzelf" geheel buiten dat hokje - een "mijzelf" onafhankelijk van de categorieën van geslacht, etniciteit, enz.

[23]Om dit te begrijpen is het niet nodig discriminerende maatschappelijke afspraken of onverdraagzame houdingen in de heersende sociale consensus te negeren. Mezelf als groter beschouwen dan categorieën als geslacht, huidskleur, economische klasse en nationaliteit betekent niet dat ik blind moet zijn voor de ongelijkheden van economische, raciale en culturele voorrechten, helemaal niet. Het betekent evenmin dat men zich moet onthouden van voorspraak en afwijkende meningen. Men kan de uiteindelijke onwaarheid van culturele identificatie inzien, maar zich toch blijven inzetten tegen culturele onrechtvaardigheid. Het betekent alleen inzien dat categorieën als ras, geslacht en de rest "mijzelf" niet definiëren en ook niet kunnen definiëren in mijn eigen geest tenzij ik me eraan vastklamp alsof ik er eigenaar van ben.

[24]Men kan zich dus bewust zijn van die categorieën zonder zich eraan vast te klampen, terwijl men ziet dat "mijzelf", in zijn meest basale manifestatie als keuzeloos gewaarzijn, voor altijd ongedefinieerd blijft door welke typering dan ook afgezien van "ik ben; ik besta".

[25]Sommige mensen zijn echt getraumatiseerd - getraumatiseerd door verkrachting en andere vormen van geweld, door blootstelling aan afschuwelijke gebeurtenissen, door allerlei manieren van victimisatie, enz. Ik zeg niet dat zo iemand eenvoudigweg kan ophouden zich te "identificeren" en er dus "uit kan ontsnappen". Dit is geen kwestie van willen of beslissen, maar van helen.

[26]Zeker, een persoon in de nasleep van traumatische stress heeft getrainde hulp en een veilige ruimte nodig om met het trauma om te gaan. Niettemin wedden de mensen die overgevoelig reageren op "triggers" helemaal op het verkeerde paard. In de eerste plaats is de juiste behandeling voor PTSS niet het vermijden van triggers. Emotionele vermijding is een symptoom van PTSS, geen behandeling ervoor. Het ontwijken van triggers kan lijken een gevoel van comfort en veiligheid te geven, maar therapeuten weten dat gedragsvermijding meestal leidt tot een verergering van de symptomen, niet tot genezing ervan. Verder is fysieke veiligheid op de campus één ding, maar een campus "veilig" maken van ideeën waar een reeds getraumatiseerd persoon aanstoot aan zou kunnen nemen is iets heel anders.

[27]Herstel van PTSS kan een periode van verhoogde veiligheid vereisen, maar dat is het ethos van de spreekkamer, niet van de wereld in het algemeen, die een grote wereld is met allerlei soorten mensen erin. Bovendien zal blijvend herstel van PTSS inhouden - moeten inhouden, zeg ik - het inzicht dat er op dit moment een "mijzelf" bestaat die niet getraumatiseerd is, net zoals er een "mijzelf" is die lessen volgt en die noch vrouw noch man is, noch "cis-gendered" noch GLBTQ, noch het ene of het andere ras, noch deel uitmaakt van een andere subgroep waarmee men heeft leren identificeren. Ik bedoel een "mijzelf" met geen idee van wie het is of zelfs wat het is, maar alleen dat het er is.

[28]Herinneringen aan gebeurtenissen, zelfs traumatische gebeurtenissen, zijn geen permanente opnames met een onuitwisbaar karakter die in steen gebeiteld zijn. Hoewel ze gebaseerd zijn op gebeurtenissen, en bijgevolg één versie van die gebeurtenissen vormen, zijn herinneringen niet de gebeurtenissen zelf, noch zijn ze een herhaling van die gebeurtenissen, hoezeer het daar ook op mag lijken voor een PTSS-patiënt.

[29]Herinneringen kunnen vanuit verschillende invalshoeken worden bekeken en doorlopen. Ze kunnen met een frisse blik opnieuw bekeken worden en vervolgens worden herzien. Hierdoor kan begrip op organische wijze ontstaan. De organische plasticiteit van het geheugen biedt de ingang voor psychotherapie gericht op traumaverwerking. Wat betreft de stijl van de therapie: een benadering die werkt voor de ene persoon hoeft niet de juiste te zijn voor de andere. Veel van de helende kracht, heb ik gevonden, ligt niet in de specifieke techniek, maar in de opluchting van gezien, gehoord en begrepen te worden.

[30]Om terug te komen op je specifieke vraag over wat ons doet vastklampen: we klampen ons vast wanneer we vrezen dat zonder ons ergens mee of als te identificeren, "mijzelf" helemaal geen inhoud meer zal hebben, waardoor het gewone leven betekenisloos wordt. Zelfs een glimp van de mogelijkheid van leegte en betekenisloosheid kan angstaanjagend aanvoelen, als een glimp van een bodemloze leegte waarin men voor eeuwig zou kunnen vallen. En natuurlijk vrezen we de dood, die, hoewel velen hem proberen op afstand te houden met religie en spiritualiteit, het einde zal betekenen van de hele egocentrische voorstelling genaamd "mijn leven".

[31]"Als een vallende ster, als een luchtbel in een beek, als een vlam in de wind, als vorst in de zon .... " (Gautama, de Boeddha)

[32]V: Jouw vervolgreactie was zeer behulpzaam. Ik dacht altijd dat mensen zeiden dat "mijzelf" helemaal niet bestond, en daar heb ik nooit met mijn pet bijgekund. Je uitleg is voor mij volkomen logisch. Met betrekking tot de rivier-analogie, denk ik sindsdien aan trauma's bijna als een toxische lekkage in een rivier.

[33]Het gif wordt deel van de rivier op dezelfde manier als trauma deel wordt van iemands levenservaring. Dit gif kan worden gevoeld, en mogelijk worden opgeruimd door therapie of welke methode die men ook kiest om te genezen. Maar ik weet niet of het ooit volledig kan worden verwijderd, omdat je een gebeurtenis niet ongedaan kunt maken. Tenminste in mijn ervaring, als iets eenmaal in het bewustzijn komt, lijkt het niet meer weg te willen gaan.

[34]Voorheen zocht ik naar manieren om het te laten lijken alsof het trauma nooit gebeurd was, maar nu snap ik het. Het is gebeurd, en ik zal er voor altijd door veranderd zijn. Er is geen weg terug, punt, hoe hard ik het ook probeer.

[35]Ik wil alleen dit zeggen. Het klinkt misschien gek, maar we weten allebei dat ik een beetje gek ben. Ik heb gewoon een overweldigende drang om je te bedanken. Ik waardeer enorm jouw luisterend oor en de woorden die je hebt gedeeld. Je kent me niet van Eva, maar je hebt me genoeg op mijn gemak gesteld om mijn meest verborgen gedachten en angsten te delen. Weet alsjeblieft dat je zovelen hebt geholpen en dat je zeer gewaardeerd wordt.

[36]A: Heel graag gedaan. Er is niets geks aan dankbaarheid. Jouw idee over de giftige stroom in de rivier bevalt me. Dat lijkt me een bruikbare manier om trauma en herstel te bekijken.