35. Waarom begrijp je het niet?


[1] Uit een Facebook discussiegroep:

[2] V: We kunnen er over praten zoveel we willen, we zullen het nooit met woorden bereiken, maar we blijven het proberen. Robert laat zich niet meeslepen in die bewustzijnstoestanden die velen van ons intrigerend vinden, mooie afleidingen van wat altijd al aanwezig is. Hij blijft gewoon op een miljoen verschillende manieren in die richting wijzen. Ik hoop niet dat het klinkt alsof ik voor hem spreek. Echt, dit is mijn dagelijkse ervaring gedurende een jaar in deze groep.

[3] A: Het leek niet alsof je voor mij aan het praten was. Je kunt prima voor jezelf spreken. Er is geen wezenlijk verschil tussen mij en iemand anders. Als "Robert" een beetje anders lijkt, is dat niet te wijten aan een toestand waarin ik mij bevind, maar alleen dat ik geen belangstelling heb voor het soort transcendente bewustzijnstoestanden of realisaties waar anderen naar schijnen te verlangen en die zij proberen te cultiveren.

[4] Aangezien elk moment uniek is en zijn eigen unieke hoedanigheid bevat - zijn eigen essentiële, nooit te herhalen aard - is er niets "spiritueels" buiten elk moment dat bereikt moet worden. Zonder te proberen iets te cultiveren, voel ik dankbaarheid dat ik hier überhaupt ben.

[5] Als ik uit het raam kijk, hoef ik me niet af te vragen of het dag of nacht is. Ik weet het gewoon. Dat weten zonder te proberen is wat ik ben. Hetzelfde geldt voor alle waarnemingen, gevoelens en gedachten; ze worden onmiddellijk gekend zonder dat ik probeer ze te kennen, inclusief het gevoel van zelfbewustzijn. Als ik zeg onmiddellijk, bedoel ik zonder bemiddeling - zonder tussenkomst van een tussenpersoon die zich moet inspannen om waar te nemen, te voelen of te denken. Het opmerken van deze moeiteloze onmiddellijkheid vereist geen geloof of vertrouwen in wat dan ook.

[6] Anderen praten heel anders over wat mijzelf is, met inbegrip van veel speculatie over een superbewuste, allesomvattende, "grotere werkelijkheid," of zij het nu God noemen of ander jargon gebruiken. Het bestaan van die vermeende "werkelijkheid" wordt aangetoond of zelfs bewezen, beweren zij, door hun persoonlijke ervaringen, of anders door getuigenissen van deskundigen zoals geschriften of de woorden van "zelf-gerealiseerde meesters". Ik zeg niet dat die ideeën onwaar zijn. Ik ga daar alleen nooit op in. Ik heb daar geen belangstelling voor.

[7] Waar het allemaal vandaan komt, wat het allemaal betekent, waar het allemaal naar toe gaat - vragen zonder feitelijke antwoorden - zijn voor mij oninteressante vragen. Ik denk zelden na over zulke zaken, tenzij iemand ze ter sprake brengt door rechtstreeks naar mijn mening te vragen. Dan antwoord ik zonder na te denken. De woorden komen gewoon, ik weet het niet van waar. Die woorden zijn niet mijn woorden. Ik heb ze niet gemaakt. Ik heb geen idee wat ik daarna zou kunnen zeggen. Ik ben niet bang om dwaas of onwetend over te komen. Ik heb niets te bewijzen aan mezelf of iemand anders.

[8] Natuurlijk voel ik me, net als de meeste mensen en blijkbaar ook sommige andere diersoorten, voldaan als ik gezien, gehoord en begrepen word, maar ik streef niet naar die voldoening. Ik streef nergens naar.

[9] Toen ik als psychotherapeut werkte, moest ik op mijn woorden passen en ze filteren voordat ik ze uitsprak. Dat is een aangeleerde gesprekskunst die therapeuten "met één voet erin en één voet eruit" noemen. Ik werd er bedreven in, maar dat is een rol die je speelt, en zo'n rollenspel kost moeite, het vereist dat je een deel van jezelf afsplitst om de rol van de controleur te spelen door het aandachtsveld klein genoeg te maken zodat een gefabriceerde toestand, "onder controle", kan worden volgehouden binnen dat beperkte veld - volgehouden in de verbeelding, natuurlijk. Niemand heeft echt ergens controle over.

[10] Nu ik gepensioneerd ben van dat werk en geen behoefte meer heb aan een dergelijk rollenspel, zeg ik gewoon wat ik zeg en filter ik niets. Wanneer ik geamuseerd ben door mezelf of door jou, beschouw ik mezelf als fortuinlijk. Als mijn woorden je van nut lijken, ben ik blij dat te horen, maar dat was ook niet mijn bedoeling. Mijn stem is geen stem van instructie of gezag, maar van zelfexpressie.

[11] Gedachten ontstaan en worden onderkend, maar ik noem ze niet "mijn gedachten". Die voorbijtrekkende stroom betekent niet veel voor mij, tenzij een bepaalde gedachte toevallig raakt aan een specifieke noodzaak. Als een gedachte dan om actie vraagt, komt er onvermijdelijk actie. Anders zijn gedachten als vogels die snel door de lucht vliegen en geen sporen nalaten. De lucht zelf blijft helder.

[12] Net zoals de natuur een vacuüm verafschuwt, zal er altijd een volgende gedachte zijn, een volgende emotie, een volgende waarneming. Ze betekenen niet noodzakelijkerwijs iets, behalve dat je leeft.

[13] V: Meneer, ik wil u vragen te bevestigen dat er altijd een kennen aanwezig is op elk gegeven moment, en dat er nooit een gedachte voorbij gaat zonder dit kennen. Mij is verteld dat niets ooit gebeurt zonder het kennen.

[14] Betekent dit dat ik mijzelf als het kennen moet zien en het spel van de geest moet gadeslaan zonder er gehecht aan te raken? Moet ik deze wereld zien en begrijpen als een spel van overtuigingen, zodat, hoewel gedachten kunnen storen, er gezien kan worden dat ik dat niet ben? Is dat verlichting?

[15] Kan men zien dat elke gedachte die pijn lijkt te doen slechts mijn ego is dat gekwetst wordt, en dat ik niet het ego ben, maar dat ik dat ben dat naar het ego moet kijken zonder te reageren? Is dat verlichting? Het kennende geeft deze vraag aan u door ter verduidelijking in het licht van uw begrip. Dank u, mijnheer.

[16] A: De schijnbare ruimte waarin waarnemingen, gevoelens en gedachten lijken te ontstaan zou je het "kennen" kunnen noemen, zoals jij het noemt, of "gewaarzijn", maar ik ben er niet zeker van dat gewaarzijn zo gemakkelijk gescheiden kan worden van de schijnbare inhoud van gewaarzijn die voortdurend verandert.

[17] Wat als bewustzijn en de inhoud van bewustzijn, die jij in je vraag gescheiden hebt, werkelijk één en hetzelfde zijn - hetzelfde proces? Wat als elke poging om gedachte van de denker te scheiden, waarneming van de waarnemer, of gevoel van de voeler, gedoemd is om alleen in verbeelding te slagen?

[18] Om het op een andere manier te vragen: hoe verschilt de kenner van het kennen of van het gekende? Is er een verschil? Wat als kenner, kennen en gekende niet drie verschillende dingen zijn, maar één en hetzelfde gebeuren dat alleen verschillende namen heeft, afhankelijk van het gezichtspunt? Wat als kenner, kennen en gekende helemaal niet van elkaar gescheiden of onderscheiden kunnen worden?

[19] Er zijn mensen die zeggen dat de zogenaamde "schijnbare wereld" alleen bestaat als een droom, en dat "verlichting" betekent dat men de droom ziet als een droom. Ik ga daar niet in mee.

[20] Voor mij betekent "verlichting" - of, zoals ik het liever noem, "ontwaken" - niet dat ik mij moet afscheiden van de wereld van waarnemingen, gevoelens en gedachten, noch dat ik wat gezien, gevoeld en gedacht wordt moet beschouwen als "slechts een droom", maar dat ik de vrijheid heb om volledig en van ganser harte deel te nemen aan de alledaagse wereld van gewone gebeurtenissen, terwijl ik tegelijkertijd de wezenlijke leegte en vergankelijkheid van "mijzelf" begrijp.

[21] Ik ben niet geïnteresseerd in het beheersen van verontrustende gedachten door mezelf te vertellen dat ik dat niet ben, zoals je vroeg. Vanuit mijn perspectief zijn gedachten en denker twee woorden voor hetzelfde gebeuren - dezelfde stroom. In mijn ervaring zijn er geen gedachten zonder denker, noch een denker zonder gedachten. Gedachte en denker kunnen helemaal niet gescheiden worden. Dus als er een verstorende gedachte is, dan ben ik die verstoring.

[22] Dat gezegd hebbende, gedachten en denken zijn vluchtig en vergankelijk, dus in het volgende moment kan het "verstoorde-ik" - dat per slot van rekening eenvoudigweg bestaat uit gedachten en denken, gevoelens en voelen, en dergelijke, en geen feitelijke afzonderlijke identiteit heeft afgezien van gedachten en denken - vervangen worden door een "mededogen-ik". Het ene moment verstoord en verblind, het volgende moment onbekommerd en alomvattend. Men weet nooit wat er kan gebeuren.

[23] Deze eenheid of wederzijds afhankelijk ontstaan van gedachten, denken en denker kan verwarrend en moeilijk te begrijpen zijn, dat weet ik. En de grootste belemmering voor het erkennen en begrijpen van die wederzijdse afhankelijkheid is geworteld in het verlangen naar een permanent zelf - het verlangen naar een afzonderlijk bestaan als het onveranderlijk centrum van een altijd veranderend universum.

[24] Dat verlangen is de subtekst van je vraag. Als men de zinloosheid van dat verlangen kan zien - ik bedoel zien, dat alles stroomt en voortdurend verandert, inclusief mijzelf, en dat niets, inclusief mijzelf, los staat van de stroom - kan de verwarring opklaren. Helpt dat?

[25] V: Ja, meneer. Ik ben niets anders dan de reactie van een bundel gedachten, en u hebt zojuist een van die gedachten opgehelderd, maar vertel me het volgende: betekent begrijpen dat je duidelijk ziet wat er is en dan je reactie kiest?

[26] A: Ik zei niet dat je een reactie bent. Ik zei dat gedachten en denker niet twee afzonderlijke zaken zijn. Ze zijn één en dezelfde stroom. Elke reactie is gewoon meer denken.

[27] De notie van een "ik" die gedachten heeft of op gedachten zou kunnen reageren is een foutief begrip, zeg ik. Die onjuiste opvatting leidt tot een gevoel van afgescheidenheid, of dualiteit, waar in feite geen afgescheidenheid bestaat. In die dualiteit ontstaat angst - angst voor wat er vervolgens gedacht, gevoeld of anderszins ervaren zou kunnen worden. Zie je dat? Het zien van dualiteit waar het er niet is creëert angst.

[28] Wanneer de denker losgekoppeld wordt van gedachten en het denken, ontstaat er inherent angst. Dan, als een antidotum voor die angst, lijkt de mogelijkheid om "verlicht" te worden zeer wenselijk. Dus het loskoppelen van de denker van het denken creëert angst, die zoals je zei verontrustend aanvoelt, en creëert tevens een ingebeelde ontsnapping aan de angst - de fantasie van "verlichting".

[29] Het afsplitsen van denker en gedachte en het promoveren van de nu afgescheiden "denker" tot een positie van superioriteit over gedachten en gevoelens maakt de creatie mogelijk van een zogenaamde waarnemer, die de "entiteit" is die "verlicht" gaat worden. Ik zeg opzettelijk zogenaamde* waarnemer; hij bestaat niet, behalve als slechts een andere gedachte - een gewoonte, een zich herhalende gedachte. Wie observeert immers de waarnemer? En wie observeert de waarnemer van de waarnemer?

[30] Welnu, volgens het schema dat aan jouw vragen ten grondslag ligt, zal deze nieuw afgesplitste waarnemer verlichting "bereiken", niet door de valse dualiteit tussen denker en gedachte te zien en te begrijpen, wat de splitsing die in de eerste plaats angst veroorzaakte zou helen, maar door de splitsing te vergroten, door het gevoel van dualiteit tot het absolute maximum te doen toenemen.

[31] Wanneer ik "verlicht" ben, zo gaat het verhaal, ben ik niet alleen "superieur" aan de gedachten, die ik heb, maar nu, als een jnani - een verlichte - heb ik het pas echt gemaakt. Als een "zelf-gerealiseerd wezen" hoef ik helemaal niet meer te rommelen met gedachten. Ik heb "gezien dat ik dat niet ben". Dat "zelf-gerealiseerd wezen" slechts een andere gedachte is, komt nooit bij me op. Dit is geen verlichting, maar begoocheling, en omdat jij denkt dat ik, Robert, "iets weet", heb je mij gevraagd die begoocheling te "bevestigen".

[32] Je vroeg of "begrijpen betekent dat je duidelijk ziet wat er is en dat je je antwoord kiest". Ik vraag me af of je ziet dat deze vraag dezelfde thema's van angst en verdeeldheid impliceert die ik zojuist heb behandeld. Nee, ik zou niet zeggen dat begrijpen kiezen betekent. Ik zou zeggen dat begrijpen betekent begrijpen dat men het gevoel kan hebben om te kiezen, maar dat men niet bij machte is om daadwerkelijk te kiezen.

[33] Er is geen entiteit, geen kleine "beslisser" in mijn hoofd die los staat van de onophoudelijke stroom van waarnemingen, gevoelens en gedachten, die iets kan kiezen. Die ingebeelde entiteit - het kleine beslissertje dat sommige mensen zich inbeelden als de "echte ik" - is helemaal niet echt, maar een spook in de machine.

[34] Niemand heeft gedachten. Niemand staat los van gedachten om ze te hebben. Zonder waarnemen, voelen en denken bestaat "mezelf" niet. Wij zijn waarnemingen, gevoelens en gedachten. Geloof me niet op mijn woord. Kijk er naar. In plaats van mij te vragen je tweedehands ideeën te bevestigen, gooi die ideeën weg en ga je eigen boontjes doppen.

[35] De poging om je af te zonderen als een permanente waarnemer, beslisser en kiezer is helemaal geen verlichting, zeg ik, maar een hopeloze onderneming gesteund door traditie en dogma.

[36] "Helder zien" vereist een frisse kijk op elk moment, vrij, voor zover mogelijk, van overbodige overtuigingen en doctrines. Men kan spirituele dogma's gemakkelijk leren. Het is al opgeschreven, kant en klaar. Men kan echter niet kiezen om het te begrijpen, net zo min als men kan kiezen om verliefd te worden. Je kunt geen zelfkennis verkrijgen door het te willen, noch door te luisteren naar traditionele verklaringen.

[37] Je snapt wat je snapt wanneer je het snapt. Als ik deze dingen zeg, begrijpen sommige mensen het, en anderen niet. Ook dat heeft niemand in de hand.

[38] Dat doet me denken aan het verhaal van de leraar die naar een plek op de grond voor hem wees, en tegen zijn leerling zei: "Zie je?"

[39] "Ja," zei de leerling. "Ik zie."

[40] "Goed dan," antwoordde de leraar. "Als ik zie en jij ziet, waarom begrijp jij het dan niet?