25. De illusie van permanentie


[1] V: Hallo doc. Ik ben het grootste deel van mijn leven een "zoeker" geweest. Ik heb Westerse filosofie gestudeerd, ik heb me verdiept in vele religies, en ik heb zoveel mogelijk workshops en satsangs bijgewoond als ik kon. De laatste tijd zou ik veel van wat ik heb opgepikt willen loslaten. Tegenstrijdige ideeën over leegte, verlichting, zonde, verlossing, onbaatzuchtigheid, egoïsme, chi, tao, en andere verwarrende abstracties zijn nu een bron van voortdurende onrust. Mij wordt verteld los te laten en me over te geven aan het heden. Maar zelfs die eenvoud laat me in de steek, en maakt me afgestompt. Ik lijk er gewoon heel slecht in te zijn.

[2] Je hebt gesproken over deze overgave als iets dat niet kan worden bereikt door wilskracht. Hoe kan ik het gewoon laten gebeuren? En met "het" bedoel ik het leven.

[3] A: Wij zitten allemaal vol met ontelbare onderdrukte en anderszins onbewuste ideeën die, hoewel we ons er niet van bewust zijn, gedachten en gedrag blijven beïnvloeden. Bijvoorbeeld, wanneer een onderdrukt, ongemakkelijk idee - bedriegt mijn vriendin mij, zou deze pijn kanker kunnen zijn? - dreigt op te borrelen vanuit onbewuste diepte naar volledig bewustzijn, kan ik mijn toevlucht nemen tot drugs, eten terwijl ik niet echt honger heb, of op een andere manier proberen het ongemak dat ik voel te verdoezelen zonder te weten waarom ik het voel, of misschien zelfs dat ik het voel. De lijst van mogelijke afleidingen is eindeloos, en sommige dingen op die lijst kunnen zelfs gezond en wenselijk lijken - bijvoorbeeld een zware workout in de sportschool of een uurtje yoga stretchoefeningen doen.

[4] Maar of een bepaald gedrag nu gezond lijkt op fysiek niveau of niet, in de grond kan het nog steeds gericht zijn op onderdrukking van ongewenste ideeën. Voor alle duidelijkheid, ik zeg niet dat elke keer dat iemand gaat joggen onderdrukking aan de basis ligt, maar vaak is dat wel het geval. Als je dit in actie wilt zien, probeer dan de volgende keer dat je je gedwongen voelt om iets te doen, het niet te doen, en gewoon rustig te zitten, je gedachten te laten gaan waar ze willen gaan zonder te proberen iets te beheersen. Je zult verbaasd zijn over wat er opkomt.

[5] Dat is allemaal achtergrond. Laat me nu naar je vraag gaan: "Hoe geef ik me over aan het leven, en laat ik het gewoon gebeuren?"

[6] Kort antwoord: dat kun je niet. Overgave aan het leven, zeg ik, is niet nodig en ook niet mogelijk. Het leven is al "gewoon aan het gebeuren", en zal blijven "gewoon gebeuren" zolang het lichaam in leven is. Dat is wat leven is: een levend, ademend lichaam. Het leven gebeurt gewoon op dit moment terwijl je dit leest.

[7] Het lichaam, dat leven is, weet precies wat het moet doen. Jij - d.w.z. de eindeloze reeks gedachten die jij "mijzelf" noemt - hebt niets met dat levend-zijn te maken, behalve dat mijzelf - de gewoonte-gedachten die ik "mijzelf" noem - het lichaam nodig heeft om te bestaan, en mijzelf weet dat.

[8] Er kunnen gedachten zijn over het lichaam - waarvan er vele angstig en vol vrees zijn - maar het lichaam heeft die gedachten niet nodig. Het lichaam heeft lucht, water, voedsel en onderdak nodig, geen gedachten. Vanuit het standpunt van het lichaam gezien zijn gedachten overbodig.

[9] "Maar," zul je misschien tegenwerpen, "als ik niet voor mijn lichaam zorg, wat gedachten met zich meebrengt, kan het lichaam sterven." Ja, dat is waar, maar het lichaam maakt zich geen zorgen over sterven, mijzelf wel.

[10] Het lichaam heeft geen interesse in continuiteit. Het lichaam wil niet voortbestaan. Jij, niet het lichaam, wil voortbestaan. Jij wilt niet sterven. Dat is de drijfveer voor het gedobber en het zoeken waar je nu zo'n last van hebt. Je hebt je verdiept in vele religies omdat die tradities beloven dat mijzelf op de een of andere manier zal voortbestaan - in de Hemel als je een christen of een moslim bent, of in een gereïncarneerd volgend leven als je een boeddhist of een hindoe bent.

[11] Zulke gedachten, die vanaf de vroege kindertijd in je geest zijn ingeplant, kunnen niet worden uitgewist. Die gedachten blijven maar opborrelen, of je dat nu leuk vindt of niet. En jij bent die gedachten. Dat is wat "jij" bent - angsten, verlangens, meningen, overtuigingen, herinneringen, en al de rest.

[12] Je wijst op de verwarrende abstracties waaraan je bent blootgesteld als de bron van jouw angst. Dat geloof ik niet. Ik durf te wedden dat de bron van je angst dezelfde is als de bron van de angst van alle andere mensen. Je weet dat er op elk moment van alles kan gebeuren. Je weet dat er geen garanties zijn. Je weet dat veiligheid een utopie is. Je vreest pijn en lijden. Je vreest invaliditeit en hulpeloosheid.

[13] En bovenal weet je dat je vroeg of laat moet sterven, en dat wil je niet. Daarom heb je, net als iedere andere spirituele zoeker, in de eerste plaats al die concepten en vermoedens verzameld.

[14] Vergeet dat feel-good verhaal waarvoor geen enkel bewijs is, en probeer in plaats daarvan de zaken te zien zoals ze zijn. Zie dat het lichaam dat jouw naam draagt een tijd moet leven en dan sterven, net zoals elk ander levend organisme moet sterven, en dat wanneer het lichaam sterft, de jij die gedachten, herinneringen, angsten, verlangens, enzovoort is, voor zover iemand weet, niet kan overleven. Dat is de natuur. Dat is zoals het gaat.

[15] Als dat niet duidelijk is, doe dan geen moeite om verder te lezen. Je zou alleen maar je tijd verspillen.

[16] Maar als je dat begrijpt - als je ziet dat "mijzelf" niet kan overleven - is de volgende stap heel eenvoudig. Ga gewoon rustig zitten en observeer de stroom van gedachten wanneer ze opkomen, zonder te proberen iets te beheersen. Als je dat in alle ernst doet, zul je zien dat gedachten stromen, net als de stroming in een rivier. De ene gedachte verschijnt, om onmiddellijk door een andere te worden vervangen. En je kunt dat proces niet stoppen. Die stroom ligt buiten je macht.

[17] Als je het onder controle zou hebben, zou angst nooit een probleem zijn, want als er een angstige gedachte opkomt, zou je die gewoon afsnijden en vervangen door een blije gedachte. Dan zou je de rest van de dag, of de rest van je leven, vasthouden aan die blije, gelukkige gedachte. Maar zo werkt het niet, hè?

[18] Als je dat inziet, zul je zien dat er geen "mijzelf" is die los staat van het denken. Zelfs de veronderstelde waarnemer van het denken is een gedachte, een idee. Hoe weet ik dat? Simpel. Probeer die waarnemer de rest van de dag in stand te houden, en je zult zien dat hij verschuift en verandert, op de voorgrond treedt en dan weer vervaagt, net als de gedachten die hij beweert te "observeren".

[19] Dus, afgezien van sociale en juridische conventies, is mijzelf geen naam, geen lichaam, geen geschiedenis, maar een stroom - een stroom van gedachten. Die gedachten hebben niet meer bestendigheid dan rimpelingen in een rivier. Een "ik-gedachte" ontstaat en verdwijnt - sterft net als elke andere gedachte. Hoewel het subject van dit soort gedachten altijd "mijzelf" wordt genoemd, is het nooit hetzelfde mijzelf als op het vorige moment. Niets is ooit hetzelfde, en er is geen weg terug.

[20] Gedachten, zo kun je gemakkelijk waarnemen, zijn niet bestendig. Wanneer je begrijpt dat mijzelf ook maar een gedachte is, vluchtig en zonder bestendigheid, zul je zien dat er niets is waaraan je je kunt vastklampen. Het "mijzelf" van vijf seconden geleden kan niet worden teruggevonden, en het "mijzelf" dat over vijf seconden zal ontstaan, als het al ontstaat, kan men zich niet voorstellen. Zich vastklampen aan "mijzelf" is als proberen de tijd stil te zetten. Het kan niet gedaan worden.

[21] Elk moment is wat het is. In elk moment wordt een nieuw ik geboren, ter vervanging van de oude die zojuist gestorven is. Velen van ons merken dit niet op omdat ons geleerd is te geloven dat de naam mijzelf is, en het lichaam mijzelf is. Een klein kind krijgt zijn spiegelbeeld te zien en zegt: "Kijk, Bobby. Dat ben jij!" En daar begint het probleem.

[22] Omdat de grove structuren van het lichaam lijken te blijven voortbestaan, en slechts langzaam veranderen - in ordes van grootte veel langzamer dan gedachten - zouden we ons kunnen voorstellen dat het "ik" dat met dat lichaam geïdentificeerd wordt ook op de een of andere manier blijft bestaan, tenminste zolang het lichaam leeft. Maar het blijft niet bestaan.

[23] Men kan een schijnbaar stabiele versie van "mijzelf" creëren door herinneringen aan voorbije gedachten en gevoelens aaneen te rijgen, alsof elke herinnering een parel is en het lichaam een koord waaraan ze geregen zijn. Dat "mijzelf" is een fata morgana - een streng van voorbije gedachten en gevoelens die "ik" wordt genoemd.

[24] Behalve in fantasieën die ondersteund worden door de schijnbare persistentie van het geheugen, is mijzelf een idee, geen object, en dat idee verandert altijd. Wanneer de fantasie van bestendigheid eindigt, nu, of uiteindelijk met de dood van het lichaam, is er niets, zeg ik, verloren. Mijzelf dat permanentie eist is toch maar een soort draaiend rad - een mechanisch proces.

[25] Als je dat ziet, is het gedaan met escapisme en abstractie. Dit is het.