22. Waarom verwerp je spiritualiteit in zijn geheel?


[1]V: Robert, ik vind je woorden interessant en provocerend, maar wanneer je spiritualiteit volledig afwijst, merk ik dat ik dat niet kan accepteren. Spiritualiteit bestaat over de hele wereld en doorheen de geschiedenis. Spiritualiteit is een realiteit voor miljarden. Hoe kun jij, een individueel persoon, dat allemaal zomaar wegvegen door het magisch denken te noemen, of escapisme?

[2]A: Dat is een terechte vraag, en ik ben bereid daarover in gesprek te gaan, maar het meest directe antwoord is dat er lang geleden een plotselinge en onverwachte verandering plaatsvond in mijn manier van het begrijpen van mijzelf en de wereld. Mijn gevoel van zijn veranderde in één keer drastisch, zodat de ideeën en overtuigingen die "spiritualiteit" worden genoemd en die zoveel denken, zoveel debat, zoveel strijd en zoveel ongeluk lijken te behelzen, mij als irrelevant voorkomen, nauwelijks de moeite van het bespreken waard.

[3]Als je denkt dat ik spiritualiteit in z'n geheel verwerp, heb je mijn woorden waarschijnlijk verkeerd begrepen. Het woord "spiritualiteit" omvat een groot speelterrein, en er zijn zeker delen van dat gebied die ik niet verwerp, althans niet helemaal. Ik heb zelfs af en toe bronnen geciteerd die normaal gesproken tot de "spiritualiteit" worden gerekend, hoewel ik ze zelf niet zo zie. Als ik citeer, citeer ik wat ik beschouw als wijsheid, niet als "spiritualiteit". En er is een verschil - een enorm verschil.

[4]Verder loop ik niet door deze wereld achteloos spiritualiteit "af te wijzen" als een of andere publieke atheïst. Mijn woorden hier zijn grotendeels antwoorden op vragen van mensen die in mijn zienswijze een soort vrijheid herkenden die ze voor zichzelf zochten, maar niet vonden in religie en spiritualiteit. Ik spreek tot hen, niet tot degenen die betekenis vinden in aanbidding of in het nastreven van zogenaamde "zelfrealisatie".

[5]Als een dergelijke versie van "spiritualiteit" voor jou werkt, dan is dat prima wat mij betreft. Mensen geloven in allerlei zaken. Ieder z'n meug. Ik probeer jou niet te vertellen wat je moet geloven. Dat kwaad is al geschied. Ik zeg alleen wat ik zie.

[6]Sinds die plotselinge verandering, heb ik geen overtuigingen meer en heb ik er ook geen nodig. In mijn wereld is er geen zekerheid. Ook die heb ik niet nodig. In mijn wereld is geen enkel moment herhaalbaar, maar slechts een eenmalig gebeurtenis sui generis - op zichzelf staand - en dus is onbevangen deelname aan elk moment, zonder gebukt te gaan onder de voorbarige cognitieve verplichtingen die "overtuigingen" worden genoemd, de wjze waarop deze adelaar vliegt.

[7]Niemand, zeg ik, kiest wat te geloven. Waarschijnlijk wordt ieder van ons geboren met een zekere geneigdheid om te geloven wat ons verteld wordt, en de substantie van die overtuigingen hangt dan af van wat ons verteld wordt. Het is alsof iemand wordt geboren met een beker die gevuld moet worden met ideeën, maar de inhoud van die beker hangt af van de loting - iemands familie van herkomst en haar mythologie, plus de gezaghebbende voorschriften van de wijdere culturele omgeving.

[8]Het is bijvoorbeeld waarschijnlijk dat een kind dat opgroeit in een vroom religieus gezin dat in een buurt woont van even vrome gezinnen, zal opgroeien met het geloof in een "opperwezen", terwijl het kind van atheïsten wiens vrienden ook atheïsten zijn, zal geloven dat "God" een mythisch personage is. Beide kinderen zullen echter die overtuigingen opgedrongen hebben gekregen, meestal opzettelijk door middel van doelbewuste indoctrinatie, of op zijn minst door osmose.

[9]Als we het erover eens zijn dat niemand eigenlijk weet of het vermeende opperwezen bestaat of niet, dan zullen de kinderen in beide gevallen overtuigingen voorgeschoteld hebben gekregen alsof het feiten waren. Dat is hoe de schade wordt aangericht. Eenmaal op die manier geïndoctrineerd, conformeren veel mensen zich daar simpelweg aan, en hebben niet eens in de gaten dat ze geïndoctrineerd zijn. Anderen worstelen met hun twijfels. Sommigen vervangen de ene set overtuigingen door een andere. Slechts enkelen, zo lijkt het, slagen erin te vinden wat Jiddu Krishnamurti "vrijheid van het bekende" noemde.

[10]Maar juist die vrijheid - de vrijheid van het bekende - is waar mijn correspondenten het over willen hebben. Dus vrijheid is het onderwerp dat hier besproken wordt, niet "spiritualiteit", een onderwerp waarvoor ik maar weinig enthousiasme heb. In tegenstelling tot de goeroes en predikers, maak ik geen aanspraak op de feitelijkheid van mijn standpunten. Dit is geen proselitisme. Mijn woorden zijn zelfexpressie, geen dogma. Als mij een serieuze vraag wordt gesteld, geef ik zo duidelijk mogelijk antwoord, zonder rekening te houden met iemands gevoelens.

[11]Met dat als proloog, beschouw ik het grootste deel van de zogenaamde "spiritualiteit" als een verzameling van bijgelovige gedragingen en ongegronde vermoedens die van generatie op generatie worden doorgegeven via indoctrinatie die begint in de kindertijd - een scholing in voornamelijk magisch denken en zelfbedrog. Het ergste in dat landschap van onzin is het idee dat de wereld die we met onze ogen zien op de een of andere manier minder "echt" is dan een andere "betere" wereld, en dat als we die "andere wereld" op de een of andere manier zouden kunnen betreden, hetzij na de dood, zoals een christen of een moslim, hetzij hier en nu, zoals de "zelfrealiseerders", de pijn van het gewone leven op magische wijze zou worden getransformeerd in "perfectie".

[12]Als dat idee eenmaal wortel heeft geschoten, ontstaat de behoefte aan een zogenaamd "geloof", met leerstellingen, disciplines en instructies, die allemaal gericht zijn op het bereiken van die volmaaktheid. Vanuit mijn perspectief is dat een trieste vertoning. Kinderen, zeg ik, hebben feiten nodig, geen "geloof". Kinderen hongeren naar feiten, in het bijzonder feiten over leven en sterven. Als je daaraan twijfelt, kijk dan maar eens hoe de belangstelling van een kind toeneemt als een volwassene om welke reden dan ook openhartig begint te spreken.

[13]Het menselijk lichaam heeft geen "spirituele" behoeften. Het lichaam heeft behoefte aan lucht, water, voedsel, kleding en onderdak, niet aan god, verlossing of zelfrealisatie. Het is niet het lichaam dat spiritualiteit beoogt te "redden", maar veeleer de verzameling van denkgewoontes, houdingen en gevoelens die "mijzelf" wordt genoemd. Dat "mijzelf" - wanneer het geconfronteerd wordt met zijn eigen onstabiele, vergankelijke aard - met inbegrip van het angstige vermoeden dat "mijzelf" zal sterven wanneer het lichaam sterft - hunkert naar een uitweg. In antwoord op dat verlangen ontstaat het verhaal van een andere wereld of een andere manier van zijn waarin de dood niet "echt" is. Dat verhaal, zeg ik, is voor honderd procent pure speculatie, ingegeven door wensdenken. Dat is het soort "spiritualiteit" dat ik als escapisme discrediteer.

[14]Kinderen hebben allerlei vragen over leven en dood. Zo'n vraag beantwoorden met sprookjes over de "andere wereld", alsof dat antwoord meer is dan een hoopvol vermoeden, voorgesteld als "Waarheid" waarin het kind geloof zou moeten hebben, is liegen tegen dat kind, het kind misbruiken, het kind blootstellen aan een soort mentaal virus - een mythe- die eenmaal opgelopen moeilijk af te schudden is.

[15]Als een kind bijvoorbeeld wordt geleerd dat het een "onsterfelijke ziel" heeft en dat het, als "zondaar", "verlossing" nodig heeft door middel van geloof, gebed en gehoorzaamheid, dan schept die leer zelf een probleem dat er nooit geweest zou zijn zonder het implanteren van dat sprookje.

[16]Vervolgens, als lariekoek zoals "geboren als zondaar die verlossing nodig heeft om de hel te vermijden" eenmaal is geïnstalleerd in de geest van het kind - wat in feite neerkomt op het kind besmetten met een sociale ziekte - moet er meer lariekoek gepresenteerd worden als de "remedie". Een denkbeeldige remedie voor een denkbeeldige ziekte. Van mij uit gezien lijkt dat zo triest.

[17]Als je jezelf als spiritueel beschouwt, zoals je blijkbaar doet, dan verbeeld je je hoogstwaarschijnlijk dat je al iets weet over de werkelijkheid, of die vermeende "kennis" nu bestaat uit iets als "Jezus is God", of uit iets dat meer abstract en filosofisch is zoals "alleen bewustzijn bestaat", of uit iets grandioos als "Ik ben één met God". Of, als je je niet voorstelt dat je het al weet, ga je ervan uit dat je het op een dag eindelijk zult weten. Als die dag komt, denk je, zal alles "beter" zijn dan het nu is.

[18]Ik verwerp elke spiritualiteit die op de een of andere manier beweert dat de alledaagse wereld van gewone waarnemingen, gevoelens en gedachten slechts een bleke afspiegeling is van een zogenaamd grotere werkelijkheid. Ik weet niets van een andere "werkelijkheid". Ik heb geen mogelijkheid om zoiets te weten te komen. Het menselijk verstand - dat zowel mijn verstand als het jouwe is - is, zeg ik, niet toereikend voor die taak, en er is geen manier om dat verstand te verbeteren zodat het toereikend wordt.

[19]Al het geloof in de wereld - het lichtgelovig omarmen van geschriften, profeten en verlossers, disciplines, instructies en de rest - zegt niets over de werkelijkheid. Absoluut niets. Je vraagt hoe ik dat kan zeggen. Hoe kan ik, een individueel persoon, een hele wereld van geloofsovertuigingen, inclusief goden en heiligen, die door ontelbare miljoenen als "Waarheid" worden aanvaard, buiten beschouwing laten? Ik zeg dat vanuit een perspectief dat al die overtuigingen ziet als tweedehands ideeën die zijn opgelegd aan mensen die vanaf de eerste dag door die ideeën zijn gehinderd.

[20]Hoewel "spiritualiteit" het probeert te ontkennen, zijn wij mensen, voor zover we weten, primaatzoogdieren die veel lijken op bonobo's of gorilla's, zij het geboren met een iets dikkere prefrontale cortex waarbinnen spirituele overtuigingen kunnen worden gehuisvest en gekoesterd, samen met talloze andere hypothesen en verklaringen. Verbeelding kan zich van alles voorstellen, maar er is een grote kloof tussen vermoedens, veronderstellingen en aannames, en weten.

[21]Speculatie over de oorspronkelijke bron van alles wat we zien, denken en voelen, wat het allemaal betekent, waar het allemaal heen gaat, wie en wat "ik" ben, en andere dergelijke vragen tart het weten, zeg ik, en kan alleen worden geloofd, verworpen, of, zoals in mijn geval, wegwaaien als stof in de wind.

[22]Onze lichamelijke, sociale en seksuele behoeften lijken sterk op die van onze primatenbroeders en -zusters, en we handelen er op vrijwel dezelfde manier naar. Dit is door observatie duidelijk geworden, net zoals we weten, omdat we het kunnen observeren, dat verlangen en afkeer ons gedrag aanjagen. Een verlangen naar "transcendentie" of naar "zelfrealisatie" is in de grond nog steeds gewoon een verlangen. Een afkeer van onbeduidendheid, sterfelijkheid en dood is nog steeds gewoon afkeer. Er is niets "spiritueels" aan gedreven worden door afkeer en verlangen, ongeacht wat gevreesd wordt en wat nagestreefd wordt. Als je dat begrijpt, zeg ik, ben je zo vrij als je ooit zult zijn.

[23]De wereld die we nu zien is de enige wereld die we werkelijk kennen. De zoektocht naar iets "anders" is gericht op een fantasie, een soort magisch denken dat ons als kinderen is opgedrongen, en dat wij op onze beurt opdringen aan de volgende generatie kinderen.

[24]Natuurlijk is al het bovenstaande een weergave van hoe ik de dingen begrijp. Neem het voor wat het waard is, of verwerp het volledig. Maakt mij niet uit. Op dit moment zijn de dingen zoals ze zijn en kunnen ze geen jota anders zijn.