12. Magisch denken


[1]Robert, toen je zei dat magische geloofsovertuigingen "in het lichaam gecodeerd" kunnen zijn, bedoelde je dan dat er een genetische component is die iemand vatbaar maakt voor magisch denken?

[2]A: Met "magisch denken" bedoel ik de gewoonte om oorzaken aan gebeurtenissen toe te schrijven, terwijl men onmogelijk kan weten of er werkelijk oorzakelijke verbanden bestaan. Wij mensen, van wie de geest is geëvolueerd onder druk om bedreigingen te identificeren, zijn gulzig in onze honger naar verklaringen, en dus geneigd om overal valse causaliteit te zien. Daarom heb ik geadviseerd om overtuigingen te onderzoeken met de bedoeling voorbarige cognitieve verbintenissen uit te wieden. Zolang iemand gebukt gaat onder het gewicht van niet-onderzochte overtuigingen, is er geen enkele kans dat hij de dingen helder ziet.

[3]De "wet van karma" is hier een goed voorbeeld van. Deze zogenaamde "wet" is helemaal geen wet, maar een geloof gebaseerd op horen zeggen, niet op bewijs. Dit is klassiek magisch denken omdat, buiten de traditionele dogma's, niemand ook maar het geringste idee heeft of er al dan niet een soort "rechtvaardigheid" in de menselijke situatie is ingebed. Horen zeggen en geloven maakt wat gehoord wordt nog niet waar.

[4]Gebaseerd op studies van tweelingen en hun families, zien de meeste psychologen, genetici en andere wetenschappelijke onderzoekers de menselijke persoonlijkheid als het resultaat van de gecombineerde invloeden van erfelijkheid en omgeving - nature en nurture - vaak in ruwweg gelijke verhoudingen. Het is dus zeer waarschijnlijk dat de neiging om magisch te denken een genetische component heeft. Maar dat is niet wat ik bedoelde toen ik zei "gecodeerd in het lichaam". Ik wilde erop wijzen dat de pijn van het ontwaken - het aankomen bij een gevoel van zijn dat vrij is van overtuigingen, paden, bestemmingen en "definitieve antwoorden" - niet altijd alleen maar emotionele pijn is, maar ook een beproeving op lichamelijk niveau kan inhouden. In mijn geval was dat zo.

[5]V: Toen jij de woorden "structuur" en "structuren" gebruikte, verwees je op dat moment naar de verdedigingsmechanismen die gebruikt worden om het ego te beschermen of naar het ego zelf?

[6]A: Ego bestaat niet als een afzonderlijk object. In werkelijkheid is er geen ego. Toen ik "structuur" zei, was dat slechts een metafoor voor het hele habituele, zich herhalende gezichtspunt waarmee men zich kan identificeren en "mijzelf" kan noemen. Ik noemde dat gezichtspunt een "structuur", omdat ik lang geleden eens werd bezocht door een ongewoon krachtige droom waarin het gewoontestandpunt dat ik had gerechtvaardigd en verdedigd als "mijzelf" aan mij verscheen als een structuur - een vervallen herenhuis van waaruit ik wegzeilde.

[7]V: Ik begrijp dit niet. Wie is het die mededogen voelt?

[8]A: Dat is juist. Dat kun je niet.

[9]V: Wat blijft er over als er weggevaren wordt? Betekent wegvaren afscheiding van het ego of onderwerping ervan?

[10]A: Proberen het ego te onderwerpen is als proberen jezelf op te trekken aan je eigen schoenveters. Je kunt er eindeloos over praten, maar niemand kan het in feite doen. De beoogde overwinnaar van het ego is het ego. Wat zou het anders kunnen zijn? De "ik" die naar verlossing of verlichting verlangt is het ego. Het "ik" dat permanent en "onsterfelijk" wil zijn is het ego. Dat "ik" verlangt gered te worden van zichzelf, maar zo werkt het dus niet.

[11]Je hoort vaak dat ego het probleem is, en dat ego "getranscendeerd" moet worden. Ik ben het daar niet mee eens. Het ego is een gezichtspunt, dat is alles. Iedereen heeft een gezichtspunt. Een gezichtspunt is onvermijdelijk. Als iemands gezichtspunt beladen is ontstaan er gewoonlijk problemen. Als een ruimer standpunt wordt ingenomen dat beter geworteld is in inzicht, wordt het leven meestal wat gemakkelijker.

[12]Ik gebruikte de term "wegvaren" omdat die beeldspraak deel uitmaakte van de droom waar ik het over had. Er stond een vervallen landhuis op de rand van een klif, en ik zat in een rubberbootje dat wegvoer van de kustlijn eronder. In de droom begreep ik dat ik voortdurend had bijgedragen aan dat bouwwerk, er dwangmatig aan had gewerkt, het met man en macht had onderhouden, en nu, terwijl ik wegroeide naar het onbekende, besefte ik dat het werk van uitbouwen, verzorgen en onderhouden ten einde liep.

[13]V: Ik voel me erg aangesproken door de beeldspraak van je droom, Robert. Heb je er elders ook nog over geschreven?

[14]A: Enkele jaren geleden schreef ik het volgende:

[15]"Vaak wordt het begin van spiritueel bewustzijn vergeleken met het ontwaken uit een droom, maar in mijn geval kwamen de eerste tekenen van ontwaken in een droom.

[16]"Op een nacht, nadat ik de hele dag in het donker foto's had afgedrukt, droomde ik dat ik in een klein bootje op een grote oceaan aan het roeien was. De lucht en de zee leken bijna dezelfde grijstint te hebben, zodat ik geen duidelijke horizonlijn zag. Het was alsof ik me bevond in een uitgestrekte, karakterloze, oneindige wereld. In de paradoxale, figuurlijke droomtaal keek ik niet achterom, zoals men gewoonlijk roeit, maar keek ik de zee in, de oneindigheid in. Plotseling voelde ik me genoodzaakt mijn hoofd te draaien om te zien wat er achter me was. "Daar, niet ver weg, maar snel vervagend, was een landtong, een hoge, afbrokkelende klif met een oud gebouw dat op de rand ervan stond. Dat gebouw was uitgestrekt, enorm, en aan het vergaan. De vloer, de muren en de daken waren ingestort, en het stond alleen nog overeind dankzij een ingewikkeld stelsel van steunpilaren en steunpunten die overal waren aangebracht en die zich uitstrekten tot op de eroderende kliffen.

[17]"Nog steeds in de droom wist ik onmiddellijk dat ik naar het 'ego' keek, een bouwwerk dat altijd op instorten stond, en dat ik het achter me zou laten. Geen onderhoudswerk meer - gewoon laten gaan, en wegroeien in de onmetelijkheid. Ik werd stomverbaasd wakker. De hele ervaring was zo beeldend geweest, zo onmiskenbaar zowel een boodschap als een verklaring van mijn werkelijke situatie. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt, en sindsdien ook nooit meer.

[18]"Later die dag kwam mijn vrouw, Catanya, thuis en vond me op de keukenvloer zittend, naakt, en met gesloten ogen onbedaarlijk lachend."