Chapter 12


Magical Thinking

Q: Robert, when you said that magical beliefs can be “encoded in the body,” were you saying there is a genetic component that may make one prone to magical thinking?

A: By “magical thinking” I mean the habit of attributing causes to events when one cannot possibly know that causal relations actually exist. We humans, whose minds evolved under pressure to identify threats, are voracious in our appetite for explanations, and thus prone to seeing false causality everywhere. That is why I have been recommending investigating one’s beliefs with a view toward weeding out premature cognitive commitments. As long as one is burdened by the weight of unexamined beliefs, there is no chance at all of seeing things clearly.

The “law of karma” provides a case in point. That so-called “law” is not a law at all, but a belief based upon hearsay, not evidence. This is classic magical thinking because, beyond traditional dogma, no one has the slightest idea if some kind of “justice” is embedded in the human situation or not. Hearing and believing does not make what is heard true.

Based on studies of twins and their families, the majority of psychologists, geneticists, and other investigators view human personality as the outcome of the combined influences of heredity and environment— nature and nurture—often in roughly equal proportions. So, it is quite likely that the propensity to think magically does have a genetic component. But that is not what I meant when I said “encoded in the body.” I wanted to point out that the pain of awakening—of coming to a sense of being that is free of beliefs, paths, destinations, and “final answers” — is not always just emotional pain, but could involve an ordeal on the physical level as well. In my case, it did.

Q: When you used the word “structure” and “structures”, were you referring to the defense mechanisms used to protect ego or to ego itself?

A: Ego does not exist as a discrete object. There is not actually an ego. When I said “structure” that was only a metaphor for the entire habitual, repetitive point of view with which one may identify and name “myself.” I called that point of view a “structure,” because long ago I was visited by an unusually potent dream in which the habitual point of view I had been justifying and defending as “myself” appeared to me as a structure—a decaying mansion from which I was sailing away.

Q: I can’t figure this out. Who is it that is feeling compassion?

A: That’s right. You can’t.

Q: What remains when there is a sailing away? Does sailing away mean separation from the ego or subjugation of it?

A: Trying to subjugate ego is like trying to pull yourself up by your own bootstraps. You can talk about it endlessly, but no one can actually do it. The wouldbe vanquisher of ego is ego. What else could it be? The “myself” who desires salvation or enlightenment is ego. The “myself” who wants to be permanent and “deathless” is ego. That “myself” desires to be saved from itself, but it doesn’t work that way.

One often hears that ego is the problem, and that ego must be “transcended.” I disagree. Ego is a point of view, that’s all. Everyone has a point of view. Point of view is unavoidable. If one’s point of view is fraught, problems arise routinely. If the point of view is more comprehensive and better rooted in understanding, it’s usually easier going.

I used the term “sailing away” because that imagery was part of the dream I mentioned. A decaying mansion stood on the edge of a cliff, and I was in a dinghy rowing away from the shoreline below. In the dream, I understood that I had been adding to that structure constantly, compulsively tending to it, maintaining it hammer and tongs, and now, as I rowed away into the unknown, I saw that the work of expansion, tending, and maintenance was coming to a close.

Q: I am very taken by the imagery of your dream, Robert. Have you written about it elsewhere?

A: I wrote this some years ago:

“Often, the beginning of spiritual awareness is compared to waking from a dream, but in my case the first signs of awakening happened in a dream.

“One night, after having spent the entire day in the dark printing photographs, I dreamt that I was rowing a small boat on a vast ocean. The sky and the sea appeared almost the same shade of grey so that I saw no definite horizon line. It was like being inside a vast, featureless, infinite globe. In the paradoxical, figurative dream language I was looking not backwards the way one normally rows, but looking out to sea, looking into infinity. Suddenly, I felt compelled to turn my head to see what was behind me. “There, not far away, but rapidly receding, was a headland, a tall, crumbling cliff with an old building standing on the edge of it. That structure was vast, enormous, and it was moldering away. The floor, walls, and roofs were in a state of collapse, and the building was still standing at all only due to a complex system of buttresses and supports that had been arranged all over it and which extended onto the eroding cliffs.

“Still in the dream, I knew immediately that I was looking at ‘ego,’ a structure always in imminent danger of collapse, and that I was leaving ego behind. No more maintenance work—just let it go, and row away into the vastness. I awoke absolutely stupefied. The whole experience had been so graphic, so unmistakably both a message and a statement of my actual situation. I’d never had a that before, and never again since.

“Later that day my wife, Catanya, returned home to find me sitting naked on the kitchen floor, eyes closed, laughing uncontrollably.”

Magisch denken

[1]Robert, toen je zei dat magische geloofsovertuigingen "in het lichaam gecodeerd" kunnen zijn, bedoelde je dan dat er een genetische component is die iemand vatbaar maakt voor magisch denken?

[2]A: Met "magisch denken" bedoel ik de gewoonte om oorzaken aan gebeurtenissen toe te schrijven, terwijl men onmogelijk kan weten of er werkelijk oorzakelijke verbanden bestaan. Wij mensen, van wie de geest is geëvolueerd onder druk om bedreigingen te identificeren, zijn gulzig in onze honger naar verklaringen, en dus geneigd om overal valse causaliteit te zien. Daarom heb ik aanbevolen overtuigingen te onderzoeken met de bedoeling voorbarige cognitieve verbintenissen uit te roeien. Zolang iemand gebukt gaat onder het gewicht van niet-onderzochte overtuigingen, is er geen enkele kans dat hij de dingen helder ziet.

[3]De "wet van karma" is hier een goed voorbeeld van. Deze zogenaamde "wet" is helemaal geen wet, maar een geloof gebaseerd op horen zeggen, niet op bewijs. Dit is klassiek magisch denken omdat, buiten de traditionele dogma's, niemand ook maar het geringste idee heeft of er al dan niet een soort "rechtvaardigheid" in de menselijke situatie is ingebed. Horen zeggen en geloven maakt wat gehoord wordt nog niet waar.

[4]Gebaseerd op studies van tweelingen en hun families, zien de meeste psychologen, genetici en andere wetenschappelijke onderzoekers de menselijke persoonlijkheid als het resultaat van de gecombineerde invloeden van erfelijkheid en omgeving - nature en nurture - vaak in ruwweg gelijke verhoudingen. Het is dus zeer waarschijnlijk dat de neiging om magisch te denken een genetische component heeft. Maar dat is niet wat ik bedoelde toen ik zei "gecodeerd in het lichaam." Ik wilde erop wijzen dat de pijn van het ontwaken - het aankomen bij een gevoel van zijn dat vrij is van overtuigingen, paden, bestemmingen en "definitieve antwoorden" - niet altijd enkel emotionele pijn is, maar ook een beproeving op lichamelijk niveau kan inhouden. In mijn geval was dat zo.

[5]V: Toen jij het woord "structuur" en "structuren" gebruikte, verwees je op dat moment naar de verdedigingsmechanismen die gebruikt worden om het ego te beschermen of naar het ego zelf?

[6]A: Ego bestaat niet als een afzonderlijk object. Er is niet werkelijk een ego. Toen ik "structuur" zei, was dat slechts een metafoor voor het hele habituele, zich herhalende gezichtspunt waarmee men zich kan identificeren en "mezelf" kan noemen. Ik noemde dat gezichtspunt een "structuur", omdat ik lang geleden eens werd bezocht door een ongewoon krachtige droom waarin het gewoontestandpunt dat ik had gerechtvaardigd en verdedigd als "mijzelf" aan mij verscheen als een structuur - een vervallen herenhuis van waaruit ik wegzeilde.

[7]V: Ik begrijp dit niet. Wie is het die mededogen voelt?

[8]A: Dat is juist. Dat kun je niet.

[9]V: Wat blijft er over als er weggevaren wordt? Betekent wegvaren afscheiding van het ego of onderwerping ervan?

[10]A: Proberen het ego te onderwerpen is als proberen jezelf op te trekken aan je eigen schoenveters. Je kunt er eindeloos over praten, maar niemand kan het in feite doen. De beoogde overwinnaar van het ego is het ego. Wat zou het anders kunnen zijn? De "ik" die naar verlossing of verlichting verlangt is het ego. Het "ik" dat permanent en "zonder dood" wil zijn is het ego. Dat "ik" verlangt gered te worden van zichzelf, maar zo werkt het dus niet.

[11]Je hoort vaak dat ego het probleem is, en dat ego "getranscendeerd" moet worden. Ik ben het daar niet mee eens. Het ego is een gezichtspunt, dat is alles. Iedereen heeft een gezichtspunt. Een gezichtspunt is onvermijdelijk. Als iemands gezichtspunt beladen is, ontstaan er gewoonlijk problemen. Als een ruimer standpunt wordt ingenomen dat beter geworteld is in begrip, wordt het leven meestal wat gemakkelijker.

[12]Ik gebruikte de term "wegvaren" omdat die beeldspraak deel uitmaakte van de droom waar ik het over had. Het vervallen landhuis stond op de rand van een klif, en ik zat in een rubberbootje dat wegroeide van de kustlijn eronder. In de droom begreep ik dat ik voortdurend had bijgedragen aan dat bouwwerk, er dwangmatig aan had gewerkt, het met man en macht had onderhouden, en nu, terwijl ik wegroeide naar het onbekende, besefte ik dat het werk van uitbouwen, verzorgen en onderhouden ten einde liep.

[13]V: Ik voel me erg aangesproken door de beeldspraak van je droom, Robert. Heb je er elders ook nog over geschreven?

[14]A: Enkele jaren geleden schreef ik het volgende:

[15]"Vaak wordt het begin van spiritueel bewustzijn vergeleken met het ontwaken uit een droom, maar in mijn geval kwamen de eerste tekenen van ontwaken in een droom.

[16]"Op een nacht, nadat ik de hele dag in het donker foto's had afgedrukt, droomde ik dat ik in een klein bootje op een grote oceaan aan het roeien was. De lucht en de zee leken bijna dezelfde grijstint te hebben, zodat ik geen duidelijke horizonlijn zag. Het was alsof ik me bevond in een uitgestrekte, karakterloze, oneindige wereldbol. In de paradoxale, figuurlijke droomtaal keek ik niet achterom, zoals men gewoonlijk roeit, maar keek ik de zee in, de oneindigheid in. Plotseling voelde ik me genoodzaakt mijn hoofd te draaien om te zien wat er achter me was. "Daar, niet ver weg, maar snel vervagend, was een landtong, een hoge, afbrokkelende klif met een oud gebouw dat op de rand ervan stond. Dat gebouw was uitgestrekt, enorm, en aan het vergaan. De vloer, de muren en de daken waren ingestort, en het gebouw stond alleen nog overeind dankzij een ingewikkeld stelsel van steunberen en steunpunten die overal waren aangebracht en die zich uitstrekten tot op de eroderende kliffen.

[17]"Nog steeds in de droom wist ik onmiddellijk dat ik naar het 'ego' keek, een bouwwerk dat altijd op instorten stond, en dat ik het ego achter me zou laten. Geen onderhoudswerk meer - gewoon laten gaan, en wegroeien in de onmetelijkheid. Ik werd volkomen bedwelmd wakker. De hele ervaring was zo beeldend geweest, zo onmiskenbaar zowel een boodschap als een verklaring van mijn werkelijke situatie. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt, en sindsdien ook nooit meer.

[18]"Later die dag kwam mijn vrouw, Catanya, thuis en vond me op de keukenvloer zittend, naakt, en met gesloten ogen onbedaarlijk lachend."